KC32/25-0226
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij in het kader van een nieuwe tuchtprocedure een kopie van zijn tuchtregister ontving en vaststelde dat er een tuchtbeslissing vermeld stond hetgeen volgens hem niet kan kloppen. Uit de dossierstukken blijkt dat wel degelijk een foutieve tuchtbeslissing vermeld stond in het tuchtregister van klager én dat de griffie nog dezelfde dag waarop klager dit heeft gemeld aan de directie, heeft verzocht aan SIDIS Suite om deze vermelding weg te laten aangezien deze foutief was. Gelet op de foutieve vermelding van een tuchtbeslissing in het tuchtregister van klager, is de klacht gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot de loutere gegrondverklaring van de klacht aangezien uit de dossierstukken blijkt dat de vermelding intussen is weggelaten uit het tuchtregister van klager.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager de feiten niet ontkende. Volgens hem was dat toegelaten in de gevangenis van Haren. Klager zou last hebben gehad van schizofrenie en depressieve gevoelens waardoor hij nood had om een grappige DVD te bekijken. De ten laste gelegde tuchtinbreuk is de overtreding van een regel in het huishoudelijk reglement, in het bijzonder het doorgeven van voorwerpen tussen gedetineerden. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat op basis van het RAD én de bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, bewezen is dat klager DVD’s heeft gekregen van een medegedetineerde tijdens de wandeling. Tot slot dient de directeur na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, erop wijzend dat klager op het moment van de inbreuk helder en bewust was aangezien uit het RAD zou blijken dat klager de enveloppe heeft overhandigd nadat hij hierover aangesproken werd door de beambte. Ook de manier waarop klager tijdens de zitting sprak over de inbreuk en hiervoor een motief gaf, toont volgens de directie aan dat hij toerekeningsvatbaar is voor de inbreuk. Daar uit het RAD weliswaar vast en zeker blijkt dat klager werd aangesproken door de beambte, meent de klachtencommissie evenwel dat daaruit geenszins afgeleid kan worden dat klager de enveloppe zonder meer en vrijwillig zou hebben overhandigd opdat de inhoud ervan nagekeken zou kunnen worden. De vaststelling in het RAD dat klager de enveloppe onmiddellijk in zijn jaszak verstopte, volstaat daarentegen volgens de klachtencommissie om aan te tonen dat klager zeer goed wist dat hetgeen hij deed niet toegelaten is hetgeen duidt op een beredeneerde en bijgevolg heldere manier van werken. Dit werd echter niet aangehaald in de motivering van de tuchtbeslissing. Tot slot werd reeds in een aantal andere beslissingen van de klachtencommissie gesteld dat uit de vaststelling dat de klager tijdens de tuchtzitting niet alleen aanspreekbaar is, maar ook in de mogelijkheid was om een inhoudelijke dialoog te voeren, niet noodzakelijk voortvloeit dat hij helder van geest was op het ogenblik waarop hij de feiten heeft gepleegd.
Omdat de bestreden beslissing niet naar recht werd gemotiveerd, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van veertig (40) minuten aan belwaarde.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij in het kader van een nieuwe tuchtprocedure een kopie van zijn tuchtregister ontving en vaststelde dat er een tuchtbeslissing vermeld stond hetgeen volgens hem niet kan kloppen. Uit de dossierstukken blijkt dat wel degelijk een foutieve tuchtbeslissing vermeld stond in het tuchtregister van klager én dat de griffie nog dezelfde dag waarop klager dit heeft gemeld aan de directie, heeft verzocht aan SIDIS Suite om deze vermelding weg te laten aangezien deze foutief was. Gelet op de foutieve vermelding van een tuchtbeslissing in het tuchtregister van klager, is de klacht gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot de loutere gegrondverklaring van de klacht aangezien uit de dossierstukken blijkt dat de vermelding intussen is weggelaten uit het tuchtregister van klager.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager de feiten niet ontkende. Volgens hem was dat toegelaten in de gevangenis van Haren. Klager zou last hebben gehad van schizofrenie en depressieve gevoelens waardoor hij nood had om een grappige DVD te bekijken. De ten laste gelegde tuchtinbreuk is de overtreding van een regel in het huishoudelijk reglement, in het bijzonder het doorgeven van voorwerpen tussen gedetineerden. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat op basis van het RAD én de bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, bewezen is dat klager DVD’s heeft gekregen van een medegedetineerde tijdens de wandeling. Tot slot dient de directeur na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, erop wijzend dat klager op het moment van de inbreuk helder en bewust was aangezien uit het RAD zou blijken dat klager de enveloppe heeft overhandigd nadat hij hierover aangesproken werd door de beambte. Ook de manier waarop klager tijdens de zitting sprak over de inbreuk en hiervoor een motief gaf, toont volgens de directie aan dat hij toerekeningsvatbaar is voor de inbreuk. Daar uit het RAD weliswaar vast en zeker blijkt dat klager werd aangesproken door de beambte, meent de klachtencommissie evenwel dat daaruit geenszins afgeleid kan worden dat klager de enveloppe zonder meer en vrijwillig zou hebben overhandigd opdat de inhoud ervan nagekeken zou kunnen worden. De vaststelling in het RAD dat klager de enveloppe onmiddellijk in zijn jaszak verstopte, volstaat daarentegen volgens de klachtencommissie om aan te tonen dat klager zeer goed wist dat hetgeen hij deed niet toegelaten is hetgeen duidt op een beredeneerde en bijgevolg heldere manier van werken. Dit werd echter niet aangehaald in de motivering van de tuchtbeslissing. Tot slot werd reeds in een aantal andere beslissingen van de klachtencommissie gesteld dat uit de vaststelling dat de klager tijdens de tuchtzitting niet alleen aanspreekbaar is, maar ook in de mogelijkheid was om een inhoudelijke dialoog te voeren, niet noodzakelijk voortvloeit dat hij helder van geest was op het ogenblik waarop hij de feiten heeft gepleegd.
Omdat de bestreden beslissing niet naar recht werd gemotiveerd, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van veertig (40) minuten aan belwaarde.