Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0021

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ondertekend werd door een getuige van het personeel. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat zijn broer gezegd heeft dat als hun medegedetineerde de gsm aanzet, zij meeluisteren. Hoewel klager betwist dat hij gezegd zou hebben dat “hij er af en toe wel gebruik van maakt”, zoals neergeschreven in het RAD, is de klachtencommissie van oordeel dat de feiten weldegelijk voldoende bewezen zijn in hoofde van klager. Ook het meeluisteren naar muziek/het kijken of luisteren van het nieuws valt volgens de klachtencommissie onder de tenlastelegging “het gebruik van technologische middelen die de onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”. Bovendien blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat klager en zijn broer slapen in het stapelbed, waar de gsm werd gevonden, terwijl hun medegedetineerde op de grond slaapt. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie dit element eveneens mee in rekening mocht nemen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.