KC32/26-0035
Ongegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID
Klager dient klacht in omdat hij meent dat hij te weinig loon zou hebben ontvangen voor zijn gepresteerde uren eind december 2025 en in januari 2026. Klager heeft 108 EUR ontvangen.
De klachtencommissie stelt vast dat uit de fiche met de door klager gepresteerde uren blijkt dat klager in totaal 108 uren gepresteerd heeft. Dit komt eveneens overeen met de door klager aangehaalde 27 dagen (maal 4 uur).
Artikel 86 van de Basiswet bepaalt dat het bedrag van de inkomsten voor de in de gevangenis beschikbaar gestelde arbeid vastgesteld wordt bij een koninklijk besluit, namelijk het koninklijk besluit van 26 juni 2019 tot vaststelling van het bedrag van de inkomsten uit arbeid. Bijlage 1 bij de collectieve brief nr. 151 van 18 december 2019 legt de vergoedingen voor arbeid vast. Hieruit blijkt dat huishoudelijke arbeid zonder bijkomende kwalificatie vergoed wordt met een vergoeding van 0,75 EUR tot 2,00 EUR. Uit het verweer van de directie blijkt dat het uurloon 1,00 euro bedraagt per effectief gepresteerd uur voor gedetineerden die werken in de huishoudelijke diensten. Zowel de job als hulpdiender als de job als hoofddiender vallen onder de categorie ‘huishoudelijke diensten’ binnen de gevangenis.
Uit de bijkomende informatie van de directie blijkt dat klager op vleugel D verblijft en het centrum van deze vleugel verantwoordelijk is voor het correct ingeven van de gepresteerde uren. Bij een eventueel tekort aan uren kan dit gecorrigeerd worden in de lopende loonperiode. Uit het verweer blijkt echter dat er geen fout of onregelmatigheid in de uitbetaling van de werkuren van klager werd vastgesteld. De klachtencommissie stelt vast dat het aantal gepresteerde werkdagen, zoals blijkt uit de tabel hierboven, inderdaad overeenkomt met de door klager aangehaalde 27 werkdagen. De klachtencommissie stelt vast dat de uitbetaalde vergoeding bijgevolg conform de wettelijke regelgeving is. De beslissing tot uitbetaling van 108,00 euro is bijgevolg niet onwettig, onredelijk of onbillijk.
Klager dient klacht in omdat hij meent dat hij te weinig loon zou hebben ontvangen voor zijn gepresteerde uren eind december 2025 en in januari 2026. Klager heeft 108 EUR ontvangen.
De klachtencommissie stelt vast dat uit de fiche met de door klager gepresteerde uren blijkt dat klager in totaal 108 uren gepresteerd heeft. Dit komt eveneens overeen met de door klager aangehaalde 27 dagen (maal 4 uur).
Artikel 86 van de Basiswet bepaalt dat het bedrag van de inkomsten voor de in de gevangenis beschikbaar gestelde arbeid vastgesteld wordt bij een koninklijk besluit, namelijk het koninklijk besluit van 26 juni 2019 tot vaststelling van het bedrag van de inkomsten uit arbeid. Bijlage 1 bij de collectieve brief nr. 151 van 18 december 2019 legt de vergoedingen voor arbeid vast. Hieruit blijkt dat huishoudelijke arbeid zonder bijkomende kwalificatie vergoed wordt met een vergoeding van 0,75 EUR tot 2,00 EUR. Uit het verweer van de directie blijkt dat het uurloon 1,00 euro bedraagt per effectief gepresteerd uur voor gedetineerden die werken in de huishoudelijke diensten. Zowel de job als hulpdiender als de job als hoofddiender vallen onder de categorie ‘huishoudelijke diensten’ binnen de gevangenis.
Uit de bijkomende informatie van de directie blijkt dat klager op vleugel D verblijft en het centrum van deze vleugel verantwoordelijk is voor het correct ingeven van de gepresteerde uren. Bij een eventueel tekort aan uren kan dit gecorrigeerd worden in de lopende loonperiode. Uit het verweer blijkt echter dat er geen fout of onregelmatigheid in de uitbetaling van de werkuren van klager werd vastgesteld. De klachtencommissie stelt vast dat het aantal gepresteerde werkdagen, zoals blijkt uit de tabel hierboven, inderdaad overeenkomt met de door klager aangehaalde 27 werkdagen. De klachtencommissie stelt vast dat de uitbetaalde vergoeding bijgevolg conform de wettelijke regelgeving is. De beslissing tot uitbetaling van 108,00 euro is bijgevolg niet onwettig, onredelijk of onbillijk.