KC32/26-0059
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Ordemaatregel
Fouille op het lichaam
ORDEMAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - TUCHT
De klachten gaan over een vermeende ordemaatregel, een fouillering op het lichaam, de uitvoering van de fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Turnhout.
Over de vermeende ordemaatregel: een klacht tegen een ordemaatregel valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Volgens de directie van de gevangenis van Turnhout werd door de directie geen ordemaatregel t.a.v. klager genomen. De klachtencommissie meent dat geen elementen voorhanden zijn om te twijfelen aan de verklaringen van de directie. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klacht is ongegrond.
Over de uitvoering van de naaktfouille: in het voorliggend dossier voert klager aan dat tijdens de naaktfouille een beambte achter het deurtje leunde, hij geen handdoek heeft gekregen en met zijn handen in de lucht rondjes moest draaien.
De directie heeft in haar verweer het volgende geschreven over de uitvoering van de naaktfouille: “De fouillering werd uitgevoerd in een gesloten ruimte, door minstens twee PBA leden van hetzelfde geslacht als betrokkene, zoals vereist door de Basiswet. Er waren extra adjudanten voorzien ter ondersteuning, om de maatregel correct, veilig en met respect voor de waardigheid van betrokkene uit te voeren”. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier onvoldoende redenen om aan te nemen dat de procedure t.a.v. klager niet correct gevolgd werd. De klacht over de uitvoering van de naaktfouille is bijgevolg ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 30 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” opgelegd.
De klachtencommissie vindt niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en een straf van 30 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.
De klachten gaan over een vermeende ordemaatregel, een fouillering op het lichaam, de uitvoering van de fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Turnhout.
Over de vermeende ordemaatregel: een klacht tegen een ordemaatregel valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Volgens de directie van de gevangenis van Turnhout werd door de directie geen ordemaatregel t.a.v. klager genomen. De klachtencommissie meent dat geen elementen voorhanden zijn om te twijfelen aan de verklaringen van de directie. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klacht is ongegrond.
Over de uitvoering van de naaktfouille: in het voorliggend dossier voert klager aan dat tijdens de naaktfouille een beambte achter het deurtje leunde, hij geen handdoek heeft gekregen en met zijn handen in de lucht rondjes moest draaien.
De directie heeft in haar verweer het volgende geschreven over de uitvoering van de naaktfouille: “De fouillering werd uitgevoerd in een gesloten ruimte, door minstens twee PBA leden van hetzelfde geslacht als betrokkene, zoals vereist door de Basiswet. Er waren extra adjudanten voorzien ter ondersteuning, om de maatregel correct, veilig en met respect voor de waardigheid van betrokkene uit te voeren”. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier onvoldoende redenen om aan te nemen dat de procedure t.a.v. klager niet correct gevolgd werd. De klacht over de uitvoering van de naaktfouille is bijgevolg ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 30 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” opgelegd.
De klachtencommissie vindt niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en een straf van 30 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.