ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - TUCHT
- over de afzetting van werk
Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die instaat voor de toewijzing van deze arbeid en dit aan de gedetineerden die om arbeid hebben verzocht. Ook het ontnemen van werk is een beslissing die in principe toekomt aan de directeur. De Basiswet voorziet niet in een specifieke procedure voor de afzetting van werk van een gedetineerde.
Indien er sprake is van een vertrouwensbreuk, kan dit tot onmiddellijk gevolg hebben dat de gedetineerde wordt afgezet van werk. Die maatregel moet in alle gevallen schriftelijk worden genomen en worden gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
- over de tuchtbeslissing
De klachtencommissie merkt vooreerst op dat uit de tuchtbeslissing en uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting duidelijk blijkt dat klager niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in drugs, maar enkel voor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, namelijk het doorgeven van het potje.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en klager zelf tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en op zijn klachtenformulier toegeeft dat hij het potje heeft doorgegeven. Dit maakt inderdaad een schending uit van het huishoudelijk reglement, aangezien leningen of schenkingen tussen gedetineerden verboden zijn. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.
- over de afzetting van werk
Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die instaat voor de toewijzing van deze arbeid en dit aan de gedetineerden die om arbeid hebben verzocht. Ook het ontnemen van werk is een beslissing die in principe toekomt aan de directeur. De Basiswet voorziet niet in een specifieke procedure voor de afzetting van werk van een gedetineerde.
Indien er sprake is van een vertrouwensbreuk, kan dit tot onmiddellijk gevolg hebben dat de gedetineerde wordt afgezet van werk. Die maatregel moet in alle gevallen schriftelijk worden genomen en worden gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
- over de tuchtbeslissing
De klachtencommissie merkt vooreerst op dat uit de tuchtbeslissing en uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting duidelijk blijkt dat klager niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in drugs, maar enkel voor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, namelijk het doorgeven van het potje.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en klager zelf tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en op zijn klachtenformulier toegeeft dat hij het potje heeft doorgegeven. Dit maakt inderdaad een schending uit van het huishoudelijk reglement, aangezien leningen of schenkingen tussen gedetineerden verboden zijn. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.