Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0067

Gegrond Tegemoetkoming KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste categorie namelijk het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft verklaard dat hij uit de cel werd gehaald omwille van een drugscontrole. Er waren vele mensen die langs de trap naar beneden zijn moeten gaan. Opeens zei de chef dat klager iets had laten vallen. Niemand anders had dat gezien en toch staat in het RAD van wel. Volgens de directie heeft klager wel degelijk iets laten vallen, is de drugshond bij hem gaan zitten en is er iets op zijn cel gevonden. Volgens de advocaat van klager is er twijfel of de joint wel van haar cliënt was aangezien er veel gedetineerden zijn gepasseerd op de trap. Er was gebruikt/gerookt op cel dus de joint was al op waardoor de gevallen joint niet van klager kon zijn. De directie sloot de zitting af door te stellen dat het gebruik is vastgesteld, het bezit niet. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD alsook op de verklaringen die door klager en zijn advocaat zijn afgelegd tijdens de tuchtzitting. Zijn advocaat heeft tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gezegd dat klager had gebruikt/gerookt in zijn cel waardoor zijn joint al op was. Dit verklaart waarom de drugshond is gaan zitten bij klager en waarom de beambte een cannabisgeur had waargenomen toen hij de cel van klager opende met de boodschap dat klager naar beneden moest gaan. Of klager daarna nog een joint heeft laten vallen op de trap of niet, is niet relevant aangezien het vaststaat dat hij drugs heeft gebruikt op zijn cel. Om drugs te kunnen gebruiken, dien je drugs te bezitten zodat de klachtencommissie van oordeel is dat het bewezen is dat klager in het bezit was van drugs.

De directeur dient vervolgens na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht omdat “op het moment dat betrokkene uit zijn kamer werd gehaald voor de controle, hij helder en bewust was in zijn spreken en handelen,” omdat “uit de verslaggeving en gesprekken met het personeel blijkt dat betrokkene op het ogenblik van de feiten zich bewust was van zijn omgeving en de gevolgen van zijn gedrag,” en omdat “op de tuchtzitting betrokkene een helder verhaal kan vertellen”. De klachtencommissie stelt echter vast dat in het RAD niets vermeld wordt over de geestestoestand van klager op het moment dat hij uit de cel wordt gehaald. De verslaggeving waarnaar wordt verwezen werd niet aan de klachtencommissie bezorgd, noch een schriftelijke neerslag van de gesprekken met het personeel zodat de klachtencommissie deze argumentatie niet kan verifiëren. Tot slot geeft de toestand van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, geen uitsluitsel over zijn toestand tijdens de feiten.

Omdat de bestreden beslissing niet naar recht werd gemotiveerd, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Dit betekent dat de ATV-sanctie van 10 dagen onmiddellijk stopt na de kennisgeving van de beslissing van de klachtencommissie aan de gevangenis. Aangezien klager wel al drie dagen ATV heeft uitgezeten, kent de klachtencommissie een tegemoetkoming toe van 45 minuten aan belwaarde.