Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0103

Ongegrond Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Ordemaatregel Fouille op het lichaam
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - MOTIVERING - FOUILLE

De directie nam een ordemaatregel ten gevolge waarvan de bezoekster van klager gedurende drie maanden enkel op glasbezoek mag komen. De klachtencommissie vindt de motivering van de ordemaatregel gebrekkig op de volgende wijze. De motivering kan enkel begrepen worden indien ze wordt gelezen samen met het RAD van 18 mei 2026 dat ten aanzien van klager werd opgesteld en waarvan de klachtencommissie enkel kennis heeft in het kader van de klacht tegen de tuchtprocedure (KC32/26-0113). Een schriftelijke motivering moet uiteraard op zichzelf staan teneinde een beslissing voldoende te kunnen schragen. De directie neemt in haar motivering bovendien de wettelijke voorwaarde voor het voorlopig ontzeggen van het gewoon bezoek uit artikel 59, §1, tweede lid Basiswet over, dit terwijl de situatie in het voorliggend dossier valt onder de bepaling van artikel 60, §3, 4° Basiswet. De directeur kan beslissen tot glasbezoek als de bezoeker of de gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen. De directie had dus enerzijds moeten motiveren dat de bezoekregeling niet werd nageleefd (met verwijzing naar het specifieke incident dat zich heeft voorgedaan) en anderzijds dat er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk zich zou herhalen (met verwijzing naar de redenen). De motivering van de ordemaatregel voldoet niet aan artikel 60, §3 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie draagt de directie op om binnen de 7 dagen volgend op de betekening een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak (artikel 158, §3, 1° Basiswet).

Klager werd op 19 mei 2026 onderworpen aan een fouillering op het lichaam. In het voorliggend dossier haalde de directie als individuele aanwijzing aan dat klager verdachte handelingen stelt met een gedetineerde die naast hem zit en die net iets heeft opgeraapt dat vanuit een cel op de eerste verdieping naar buiten werd gegooid. Klager houdt daarbij het wachtlokaal in de gaten. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt tevens gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van andere voorwerpen of substanties te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0185 opgestart