Ga verder naar de inhoud

KC33/22-0009

Gegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De Klachtencommissie volgt de directie waar deze stelt dat de positieve reactie van de drugshond op het lichaam van klager geldt als een indicatie die verder onderzoek naar het bezit van drugs verantwoordt. Echter stelt de directie zelf dat de reactie van de drugshond onvoldoende is om te spreken van bezit van verboden substantie. De directie besloot dan ook de tuchtinbreuk van het bezit van verboden substanties niet te weerhouden maar wel het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
De directie verduidelijkt dat de bepaling die niet zou zijn nageleefd gaat over het bezit van verboden voorwerpen. De directie spreekt zichzelf tegen door enerzijds te stellen dat klager geen verboden substanties heeft gebruikt of heeft gehad maar toch in het bezit was van verboden voorwerpen. De Klachtencommissie ziet niet op welke verboden voorwerpen de drugshonden zouden gereageerd hebben. Immers zijn zij enkel opgeleid om verboden substanties (drugs) op te sporen. De motivering van de bestreden beslissing is dubbelzinnig en mist voldoende feitelijke overwegingen om het vaststaan van de tuchtinbreuk te verantwoorden. De klacht is gegrond.