KC33/23-0036
Gegrond
KC - Wortel
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
KANTINE - GEZONDHEID
In dit dossier vroeg klager via rapportbriefjes om zowel vochtige doekjes als kleurenshampoo aan te kopen. Dit werd niet toegestaan. Slechts op één rapportbriefje werd aangegeven dat de vochtige doekjes niet toegelaten werden omdat zij voor verstoppingen in de waterzuivering zorgen.
De klachtencommissie stelt vast dat er in het huishoudelijk reglement geen bepaling is opgenomen die vochtige doekjes en kleurenshampoo verbieden. Evenmin wordt door de directie aangegeven op welke algemene bepaling het verbod van de vochtige doekjes en de kleurenshampoo is gebaseerd.
Wat betreft de vochtige doekjes werd in een gelijkaardige beslissing van de Nederlandse Beroepscommissie besloten dat het onredelijk is om geen washandjes toe te laten omdat deze voor verstoppingen zorgt. Dit omdat niet bleek dat klager al eerder washandjes door het toilet had gespoeld en er ook andere voorwerpen in het toilet kunnen worden gegooid.
De klachtencommissie acht het dan ook om deze reden niet redelijk dat klager de kans niet krijgt om deze doekjes aan te schaffen via de buitenkantine.
Wat betreft de kleurenshampoo geeft klager aan dat dit deel uitmaakt van haar identiteit als transvrouw. Het directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen (DG EPI) stelde in het kader van een transgenderbeleid in de gevangenissen een Visietekst ‘Aanbevelingen/richtlijnen voor de omgang met transgender gedetineerde personen’ op. Hierin staat dat zij toegang hebben tot specifieke goederen die verband houden met hun genderidentiteit en -uitdrukking, op voorwaarde dat deze de orde en veiligheid niet ondermijnen.
De klachtencommissie stelt vast dat er op de rapportbriefjes van klager geen motivering werd gegeven waarom de kleurenshampoo niet werd toegestaan. Aldus beantwoordt deze weigering ook niet aan de motiveringsverplichting van art. 8 Basiswet.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat de achterliggende reden van de weigering gesteund is op het feit dat men telkenmale opnieuw foto’s dient te nemen en dat deze kleurenshampoo gedeeld kan worden met andere gedetineerden.
De klachtencommissie heeft begrip voor deze bezorgdheden maar stelt vast dat er voldoende waarborgen zijn om misbruik in deze zin te voorkomen. Zo kan het delen, lenen, ruilen, schenken en verkopen van voorwerpen tussen gedetineerden onderling tuchtrechtelijk worden gesanctioneerd. Er blijkt ook niet uit het dossier dat klager op regelmatige basis verandert van haarkleur aldus zal niet telkenmale een nieuwe foto noodzakelijk zijn. Tenslotte werd deze kleurenshampoo ook in de twee vorige gevangenissen toegelaten en dient daaruit afgeleid te worden dat de directie van deze gevangenissen geen ondermijning van de orde en veiligheid zag. De klachtencommissie ziet daarom geen redenen waarom de aankoop van de kleurenshampoo de orde en veiligheid zou ondermijnen.
De klacht is gegrond.
In dit dossier vroeg klager via rapportbriefjes om zowel vochtige doekjes als kleurenshampoo aan te kopen. Dit werd niet toegestaan. Slechts op één rapportbriefje werd aangegeven dat de vochtige doekjes niet toegelaten werden omdat zij voor verstoppingen in de waterzuivering zorgen.
De klachtencommissie stelt vast dat er in het huishoudelijk reglement geen bepaling is opgenomen die vochtige doekjes en kleurenshampoo verbieden. Evenmin wordt door de directie aangegeven op welke algemene bepaling het verbod van de vochtige doekjes en de kleurenshampoo is gebaseerd.
Wat betreft de vochtige doekjes werd in een gelijkaardige beslissing van de Nederlandse Beroepscommissie besloten dat het onredelijk is om geen washandjes toe te laten omdat deze voor verstoppingen zorgt. Dit omdat niet bleek dat klager al eerder washandjes door het toilet had gespoeld en er ook andere voorwerpen in het toilet kunnen worden gegooid.
De klachtencommissie acht het dan ook om deze reden niet redelijk dat klager de kans niet krijgt om deze doekjes aan te schaffen via de buitenkantine.
Wat betreft de kleurenshampoo geeft klager aan dat dit deel uitmaakt van haar identiteit als transvrouw. Het directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen (DG EPI) stelde in het kader van een transgenderbeleid in de gevangenissen een Visietekst ‘Aanbevelingen/richtlijnen voor de omgang met transgender gedetineerde personen’ op. Hierin staat dat zij toegang hebben tot specifieke goederen die verband houden met hun genderidentiteit en -uitdrukking, op voorwaarde dat deze de orde en veiligheid niet ondermijnen.
De klachtencommissie stelt vast dat er op de rapportbriefjes van klager geen motivering werd gegeven waarom de kleurenshampoo niet werd toegestaan. Aldus beantwoordt deze weigering ook niet aan de motiveringsverplichting van art. 8 Basiswet.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat de achterliggende reden van de weigering gesteund is op het feit dat men telkenmale opnieuw foto’s dient te nemen en dat deze kleurenshampoo gedeeld kan worden met andere gedetineerden.
De klachtencommissie heeft begrip voor deze bezorgdheden maar stelt vast dat er voldoende waarborgen zijn om misbruik in deze zin te voorkomen. Zo kan het delen, lenen, ruilen, schenken en verkopen van voorwerpen tussen gedetineerden onderling tuchtrechtelijk worden gesanctioneerd. Er blijkt ook niet uit het dossier dat klager op regelmatige basis verandert van haarkleur aldus zal niet telkenmale een nieuwe foto noodzakelijk zijn. Tenslotte werd deze kleurenshampoo ook in de twee vorige gevangenissen toegelaten en dient daaruit afgeleid te worden dat de directie van deze gevangenissen geen ondermijning van de orde en veiligheid zag. De klachtencommissie ziet daarom geen redenen waarom de aankoop van de kleurenshampoo de orde en veiligheid zou ondermijnen.
De klacht is gegrond.