ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - GEGROND
De klacht betreft de beslissing tot afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Wortel.
Afwezigheden omwille van (chronische) ziekte dienen niet afgestraft te worden. Dit is strijdig met het discriminatieverbod en met de verplichting tot redelijke aanpassingen.
Een gedetineerde met een chronische ziekte heeft recht op redelijke aanpassingen. Door een onaangepaste meldingsprocedure toe te passen op de situatie van klager, heeft de directie verzaakt aan haar verplichting om redelijke aanpassingen toe te passen.
Klager onderging in januari 25 dagen tuchtstraf. Hierdoor kon hij niet werken. Tucht mag niet leiden tot verlies arbeid indien er geen verband bestaat tussen beide. Volgens klager liet de directie uitschijnen dat het ontslag één van de gevolgen was van de tuchtstraf.
Tegelijkertijd bestaat er een verbod op discriminatie, en dus op ontslag, wegens ziekte. Er bestaat ook een wettelijke verplichting om redelijke aanpassingen in te voeren voor werkende gedetineerden met een chronische ziekte.
Klager toonde aan dat de procedure voor het aanvragen van een dokter voor zijn ziekte eerst wel aangepast was, en daarna niet meer. Het behouden van de initiële procedure zou een redelijke aanpassing kunnen zijn. Alle andere afwezigheden lijken ook voort te vloeien uit rechtmatige redenen.
Hieruit kan worden afgeleid dat klager niet omwille van zijn afwezigheden van zijn werk ontzet mocht worden.
Hieruit volgt dat de beslissing tot ontslag van werk niet gerechtvaardigd was.
Om deze redenen is de klacht gegrond. Klager dient hersteld te worden in zijn werk, of in een geljikaardige tewerkstelling.
De klacht betreft de beslissing tot afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Wortel.
Afwezigheden omwille van (chronische) ziekte dienen niet afgestraft te worden. Dit is strijdig met het discriminatieverbod en met de verplichting tot redelijke aanpassingen.
Een gedetineerde met een chronische ziekte heeft recht op redelijke aanpassingen. Door een onaangepaste meldingsprocedure toe te passen op de situatie van klager, heeft de directie verzaakt aan haar verplichting om redelijke aanpassingen toe te passen.
Klager onderging in januari 25 dagen tuchtstraf. Hierdoor kon hij niet werken. Tucht mag niet leiden tot verlies arbeid indien er geen verband bestaat tussen beide. Volgens klager liet de directie uitschijnen dat het ontslag één van de gevolgen was van de tuchtstraf.
Tegelijkertijd bestaat er een verbod op discriminatie, en dus op ontslag, wegens ziekte. Er bestaat ook een wettelijke verplichting om redelijke aanpassingen in te voeren voor werkende gedetineerden met een chronische ziekte.
Klager toonde aan dat de procedure voor het aanvragen van een dokter voor zijn ziekte eerst wel aangepast was, en daarna niet meer. Het behouden van de initiële procedure zou een redelijke aanpassing kunnen zijn. Alle andere afwezigheden lijken ook voort te vloeien uit rechtmatige redenen.
Hieruit kan worden afgeleid dat klager niet omwille van zijn afwezigheden van zijn werk ontzet mocht worden.
Hieruit volgt dat de beslissing tot ontslag van werk niet gerechtvaardigd was.
Om deze redenen is de klacht gegrond. Klager dient hersteld te worden in zijn werk, of in een geljikaardige tewerkstelling.