Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0049

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - VOEDING - KANTINE

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de
bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk van tweede categorie).

Een beambte stelde een rapport aan de directeur (RAD) op naar aanleiding van feiten die zich de avond voorheen hadden afgespeeld in het bad. Klager kwam terug van uitgaansvergunning waardoor hij de procedure bad-inkomende moest doorlopen. Klager had snoepgoed bij zich en wou dit meenemen op cel of laten deponeren. De opteller van het RAD en zijn collega lieten dit niet toe en aan klager werd de kans gelaten om het snoep ofwel op te eten ofwel weg te gooien. Klager was hier schijnbaar niet mee akkoord en gooide het snoep naar het personeel. Er werd om versterking gebeld. Tijdens de rest van de procedure stelde klager zich storend, agressief en niet-meewerkend op. Volgens het RAD is het niet de eerste keer dat klager de procedure bemoeilijkt.

De directeur nam op 10.04.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 16.04.2024 gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van
het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager niet akkoord gaat dat hij zijn snoep niet mocht meenemen naar cel omdat hij deze aankocht via de kantine. Volgens klager hadden de
beambten een moeilijke dag en hebben ze dat op hem uitgewerkt. Klager gaf wel toe dat hij de snoepjes niet had mogen gooien.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien vermeldt het RAD twee getuigen. Klager gaf tijdens de zitting toe dat hij de snoepjes had gegooid
waardoor de inbreuk van eerste categorie is bewezen. Collectieve Brief nr. 113 van 5 augustus 2011 bepaalt welke voorwerpen mogen worden binnengebracht via bezoek of naar aanleiding van een uitgaansvergunning, penitentiair verlof of beperkte detentie. Deze bepaling werd integraal overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis en hieraan werd toegevoegd dat andere voorwerpen die door het bezoek of naar aanleiding van een strafuitvoeringsmodaliteit zijn binnengebracht in bewaring worden genomen bij de verboden voorwerpen of weggegooid indien het bederfbare goederen betreft. Snoepgoed staat niet vermeld in de lijst en mocht dus niet binnengebracht worden. Dat klager deze snoepjes had aangekocht via de kantine, doet hieraan geen afbreuk. Klager had dan geen snoepjes moeten meenemen voor zijn vertrek uit de gevangenis of veel minder. Het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement is een tuchtinbreuk van tweede categorie.

De klachtencommissie van oordeel dat de reactie van klager op de instructie van het personeel dat correct zijn job uitoefent, niet toelaatbaar is. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Klager heeft drie dagen ATV opgelegd gekregen. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken
worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. De tuchtsanctie was wettig aangezien dertig
dagen ATV de maximale sanctie is die opgelegd kan worden voor een tuchtinbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie meent dat de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk was
aangezien uit zijn klacht het gebrek aan schuldinzicht blijkt.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing van 16.04.2024 blijft bestaan.