KC33/24-0091
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Wortel
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
Fouille op het lichaam
GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING
De klacht betreft een ‘andere beslissing’, met name het gedrag van een medegedetineerde en de beslissing tot fouillering op het lichaam van 07/08/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. het gedrag van een medegedetineerde:
De klachtencommissie kan uit de klacht van klager geen beslissing van de directeur ontwaren. Klager heeft het over het (pest)gedrag van een medegedetineerde. Dit betreft geen beslissing van de directeur en bijgevolg valt dit niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht.
De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de beslissing van de directie tot fouillering op het lichaam:
In zijn individuele beslissing tot fouillering op het lichaam verklaart de directeur dat ze signalen ontvangen dat klager zijn voorgeschreven medicatie zou verkopen op de wandeling. Deze uiterst summiere motivering wordt echter niet verder ondersteund door enige meer uitgebreider
observatienota, rapport aan de directeur of ander dossierstuk, waaruit zou blijken dat klager iets trachtte te verbergen onder zijn kledij.
Uit niets blijkt bovendien dat dergelijke signalen en vermoeden daadwerkelijk bestaan. De redenen die aanleiding gaven tot de signalen en vermoeden blijken niet uit de stukken van het administratief dossier. Een niet geïndividualiseerd noch geconcretiseerd vermoeden kan geen individuele aanwijzing zijn die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. Er is dus geen sprake van individuele aanwijzingen die toelaten om te oordelen dat het onderzoek van de kledij niet volstaat, om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De directie geeft bovendien ook niet aan (in haar schriftelijk verweer) of klager al dan niet voorgaanden inzake bezit of handel in verboden substanties heeft.
In zoverre de directie in haar verweer nog wijst op informatie die zij niet zou kunnen meedelen, wijst de klachtencommissie er ten overvloede op dat de verwijzing naar artikel 8 van de Basiswet niet vrijblijvend a posteriori kan worden ingeroepen.
De klacht tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam is dan ook ontvankelijk en gegrond.
De klacht betreft een ‘andere beslissing’, met name het gedrag van een medegedetineerde en de beslissing tot fouillering op het lichaam van 07/08/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. het gedrag van een medegedetineerde:
De klachtencommissie kan uit de klacht van klager geen beslissing van de directeur ontwaren. Klager heeft het over het (pest)gedrag van een medegedetineerde. Dit betreft geen beslissing van de directeur en bijgevolg valt dit niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht.
De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de beslissing van de directie tot fouillering op het lichaam:
In zijn individuele beslissing tot fouillering op het lichaam verklaart de directeur dat ze signalen ontvangen dat klager zijn voorgeschreven medicatie zou verkopen op de wandeling. Deze uiterst summiere motivering wordt echter niet verder ondersteund door enige meer uitgebreider
observatienota, rapport aan de directeur of ander dossierstuk, waaruit zou blijken dat klager iets trachtte te verbergen onder zijn kledij.
Uit niets blijkt bovendien dat dergelijke signalen en vermoeden daadwerkelijk bestaan. De redenen die aanleiding gaven tot de signalen en vermoeden blijken niet uit de stukken van het administratief dossier. Een niet geïndividualiseerd noch geconcretiseerd vermoeden kan geen individuele aanwijzing zijn die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. Er is dus geen sprake van individuele aanwijzingen die toelaten om te oordelen dat het onderzoek van de kledij niet volstaat, om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De directie geeft bovendien ook niet aan (in haar schriftelijk verweer) of klager al dan niet voorgaanden inzake bezit of handel in verboden substanties heeft.
In zoverre de directie in haar verweer nog wijst op informatie die zij niet zou kunnen meedelen, wijst de klachtencommissie er ten overvloede op dat de verwijzing naar artikel 8 van de Basiswet niet vrijblijvend a posteriori kan worden ingeroepen.
De klacht tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam is dan ook ontvankelijk en gegrond.