TUCHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van 06/09/2024 van de directie van de gevangenis.
De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 04/09/2024 (feiten om 17.53 uur). Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 06/09/2024 verklaart klager, met bijstand van zijn raadsman, dat hij getrapt en geslagen heeft omdat een medegedetineerde steeds een scheermes bij zich heeft. Hij verklaart dat hij zich (en de Belgen) verdedigde. Zijn raadsman benadrukt dat het belangrijk is om naar de context te kijken. Het betreft hier een medegedetineerde die meermaals anderen met een scheermes heeft bedreigd. Klager zou geen fout hebben begaan, het slaan was niet de juiste oplossing, maar louter een reactie. Na het horen van klager werd door de directie een beslissing genomen. Klager kreeg in voorliggende
zaak een tuchtsanctie van 21 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aaneen inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten (met name het slaan of trappen van een medegedetineerde) bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD en op grond van de erkenning van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Dat klager werd aangevallen of bedreigd, kan in de bepaling van de tuchtsanctie een belangrijk element zijn. De directeur legde een algemene tuchtsanctie in de vorm van 21 dagen ATV op. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig.
De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing en het verweer van de directie vast dat de directie het argument van de zelfverdediging niet heeft aangenomen na het bekijken van de camerabeelden waaruit bleek dat klager de medegedetineerde heeft aangevallen en niet omgekeerd. Hoewel het, in het licht van het recht op verdediging, aan te bevelen is om de camerabeelden in de toekomst tegensprekelijk te maken door deze te laten zien tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, is de klachtencommissie van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie en de tuchtbeslissing correct en afdoende
gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. Klager kreeg 21 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze tuchtsanctie redelijk. Zij stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten, de context en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van 06/09/2024 van de directie van de gevangenis.
De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 04/09/2024 (feiten om 17.53 uur). Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 06/09/2024 verklaart klager, met bijstand van zijn raadsman, dat hij getrapt en geslagen heeft omdat een medegedetineerde steeds een scheermes bij zich heeft. Hij verklaart dat hij zich (en de Belgen) verdedigde. Zijn raadsman benadrukt dat het belangrijk is om naar de context te kijken. Het betreft hier een medegedetineerde die meermaals anderen met een scheermes heeft bedreigd. Klager zou geen fout hebben begaan, het slaan was niet de juiste oplossing, maar louter een reactie. Na het horen van klager werd door de directie een beslissing genomen. Klager kreeg in voorliggende
zaak een tuchtsanctie van 21 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aaneen inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten (met name het slaan of trappen van een medegedetineerde) bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD en op grond van de erkenning van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Dat klager werd aangevallen of bedreigd, kan in de bepaling van de tuchtsanctie een belangrijk element zijn. De directeur legde een algemene tuchtsanctie in de vorm van 21 dagen ATV op. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig.
De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing en het verweer van de directie vast dat de directie het argument van de zelfverdediging niet heeft aangenomen na het bekijken van de camerabeelden waaruit bleek dat klager de medegedetineerde heeft aangevallen en niet omgekeerd. Hoewel het, in het licht van het recht op verdediging, aan te bevelen is om de camerabeelden in de toekomst tegensprekelijk te maken door deze te laten zien tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, is de klachtencommissie van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie en de tuchtbeslissing correct en afdoende
gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. Klager kreeg 21 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze tuchtsanctie redelijk. Zij stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten, de context en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.