KC33/24-0116
Ongegrond
KC - Wortel
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ARBEID - ONTSLAG - VORMING
De klacht betreft een afzetting van werk (de uitvoering van de tuchtbeslissing), een voorlopige maatregel van 07/10/2024 en een tuchtbeslissing van 08/10/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor ‘de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’. De volgende voorlopige maatregelen werden genomen: “plaatsing op een
beveiligde cel” + “uitsluiting van deelname aan alle individuele of gemeenschappelijke activiteiten”. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van het RAD van 07/10/2024 (cfr. infra) kon
oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. Zowel de fysieke integriteit van personen in de gevangenis werd niet gevrijwaard, als de roerende goederen liepen een gevaar van beschadiging (slaan met een toiletdeur in de richting van een beambte). De voorlopige maatregel heeft geen bestraffend karakter. In casu was er sprake van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De voorlopige maatregel is ook gemotiveerd en genomen door de directie. De directie kon de voorlopige maatregel dan ook opleggen.
De klacht m.b.t. de voorlopige maatregel is dan ook ongegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RAD’s van 06 en 07/10/2024. Het eerste RAD van 06/10/2024 (feiten om 13.10 uur). Het tweede RAD van 07/10/2024 (feiten om 08.30 uur). Op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08/10/2024 heeft klager toegegeven dat hij de beambte heeft uitgescholden. Hij ontkent daarentegen dat hij met borden en glazen tegen de deur gegooid heeft.
Klager heeft ook meegedeeld dat hun toiletdeur al 5 weken stuk is en dat de beambten zelf problemen veroorzaken. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 20 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde, 2) het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en 3) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager zich schuldig heeft
gemaakt aan het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (“bitch, hoer, …”), hij geen gehoor gaf aan de aanmaningen en bevelen van het personeel door tot tweemaal toe het
bestek en servies niet klaar te leggen en de orde opzettelijk aantastte door te blijven roepen en kloppen tegen de deur. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 20 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 08/10/2024 niet gegrond.
Wat betreft de “afzetting van werk”, met name het niet kunnen deelnemen aan de opleiding Nederlands – de uitvoering van de tuchtbeslissing:
De directie kan de gedetineerde toestaan om zijn opleiding te volgen tijdens ATV. Zij is echter niet verplicht om dit toe te staan. Gezien de ernst van de feiten heeft de directie geen uitzondering gemaakt in casu. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over de wettelijke voorwaarden van ATV. De directie heeft enkel de Basiswet toegepast.
Om deze redenen is de klacht tegen de uitvoering van de tuchtbeslissing ongegrond.
De klacht betreft een afzetting van werk (de uitvoering van de tuchtbeslissing), een voorlopige maatregel van 07/10/2024 en een tuchtbeslissing van 08/10/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor ‘de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’. De volgende voorlopige maatregelen werden genomen: “plaatsing op een
beveiligde cel” + “uitsluiting van deelname aan alle individuele of gemeenschappelijke activiteiten”. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van het RAD van 07/10/2024 (cfr. infra) kon
oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. Zowel de fysieke integriteit van personen in de gevangenis werd niet gevrijwaard, als de roerende goederen liepen een gevaar van beschadiging (slaan met een toiletdeur in de richting van een beambte). De voorlopige maatregel heeft geen bestraffend karakter. In casu was er sprake van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De voorlopige maatregel is ook gemotiveerd en genomen door de directie. De directie kon de voorlopige maatregel dan ook opleggen.
De klacht m.b.t. de voorlopige maatregel is dan ook ongegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RAD’s van 06 en 07/10/2024. Het eerste RAD van 06/10/2024 (feiten om 13.10 uur). Het tweede RAD van 07/10/2024 (feiten om 08.30 uur). Op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08/10/2024 heeft klager toegegeven dat hij de beambte heeft uitgescholden. Hij ontkent daarentegen dat hij met borden en glazen tegen de deur gegooid heeft.
Klager heeft ook meegedeeld dat hun toiletdeur al 5 weken stuk is en dat de beambten zelf problemen veroorzaken. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 20 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde, 2) het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en 3) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager zich schuldig heeft
gemaakt aan het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (“bitch, hoer, …”), hij geen gehoor gaf aan de aanmaningen en bevelen van het personeel door tot tweemaal toe het
bestek en servies niet klaar te leggen en de orde opzettelijk aantastte door te blijven roepen en kloppen tegen de deur. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 20 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 08/10/2024 niet gegrond.
Wat betreft de “afzetting van werk”, met name het niet kunnen deelnemen aan de opleiding Nederlands – de uitvoering van de tuchtbeslissing:
De directie kan de gedetineerde toestaan om zijn opleiding te volgen tijdens ATV. Zij is echter niet verplicht om dit toe te staan. Gezien de ernst van de feiten heeft de directie geen uitzondering gemaakt in casu. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over de wettelijke voorwaarden van ATV. De directie heeft enkel de Basiswet toegepast.
Om deze redenen is de klacht tegen de uitvoering van de tuchtbeslissing ongegrond.