Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0070

Ongegrond Onontvankelijk KC - Wortel Klachtencommissie Tucht Geen beslissing directeur
(1) TUCHTBESLISSING – VERBODEN SUBSTANTIES (2) EXTERNE RECHTSPOSITIE – GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID

Klager heeft in de eerste plaats een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. In de cel van klager heeft men twee jointjes gevonden. Volgens klager kan dat maximaal één gram zijn. Men heeft de jointjes echter in een plastic verpakking gestoken en gewogen waarna men op een gewicht kwam van 9,1 gram. Volgens klager kan dat niet kloppen. Vervolgens heeft klager ook een klacht ingediend tegen de daaropvolgende beslissing van “Brussel” waardoor zijn uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven voor twee maanden zijn geschorst.

(1) Wat betreft de tuchtbeslissing

Zowel uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting als uit het klachtenformulier blijkt dat klager toegeeft dat hij in het bezit was van drugs. Welke exacte verboden substantie er werd gevonden acht de klachtencommissie niet relevant gelet op de bekentenis van klager dat hij drugs had ontvangen. Voor klager is het gewicht van de gevonden substantie van ogenschijnlijk belang aangezien hij volhoudt dat de gevonden substantie niet meer dan 2 gram kon hebben gewogen. In tegenstelling tot hetgeen een adjudant tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft verklaard, blijkt uit het administratief verslag dat het precies gewicht van de stof, verpakking inbegrepen 4,1 gram was en dus geen 9,1 gram. Ook deze vaststelling is volgens de klachtencommissie niet relevant aangezien de kleinste hoeveelheid drugs verboden is en dus een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt. Tot slot merkt de klachtencommissie op dat in de motivering van de tuchtbeslissing staat dat klager zou hebben gesteld dat hij de drugs op de wandeling zou hebben verkregen. De klachtencommissie leest dit echter niet in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager verklaarde dat hij dit tijdens zijn VPV zou hebben gekregen.

De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk bewezen in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.

Om deze redenen is deze klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.

(2) Wat betreft de schorsing van de uitvoeringsmodaliteiten

De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten van gedetineerden te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden.

De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder de schorsing ervan, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf.

Deze klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht niet-ontvankelijk is.