Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0075

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING

De directie motiveerde omstandig waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten. Er wordt met name verwezen naar meldingen van verschillende medegedetineerden, los van elkaar, dat klager bepaalde (seksueel) grensoverschrijdende opmerkingen zou maken en aanrakingen zou doen. Klager stelt in zijn klacht dat er geen bewijzen zijn voor de beschuldigingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, en dat de situatie uitgebreider is dan hetgeen de directie zegt. Hij licht dit nader toe in zijn aanvullend schrijven, waarin hij stelt dat de melding afkomstig was van een celgenoot van iemand waarmee hij een conflict heeft. Het was volgens hem dan ook opgezet spel.

De klachtencommissie herinnert eraan dat de bevoegdheid van de directeur voor de toewijzing van de beschikbare arbeid een discretionaire bevoegdheid betreft. Er was in het voorliggend dossier dus ook geen noodzaak om het seksueel grensoverschrijdend gedrag van klager eerst te bewijzen (zoals dat voor het nemen van een tuchtsanctie wel het geval zou zijn). De klachtencommissie wijst erop dat, in tegenstelling tot hetgeen klager in zijn aanvullend schrijven aanhaalt, het ook niet om één melding ging (die volgens klager opgezet spel was), maar om meldingen door verschillende gedetineerden, los van elkaar.

De klachtencommissie oordeelt dat de motivering klager voldoende in staat stelt om de reden van zijn ontslag te begrijpen, waardoor ze voldoet aan artikel 8 Basiswet. Dat klager het inhoudelijk niet eens is met de motivering, doet daar geen afbreuk aan. Volgens de klachtencommissie is de ontslagbeslissing wettelijk.

Volgens de klachtencommissie werd de beslissing op weloverwogen wijze genomen. De beslissing steunt op meldingen van verschillende gedetineerden, los van elkaar. Voorts blijkt uit het verweer ook dat de directie eerst nog overwoog om andere maatregelen te nemen om niet te moeten overgaan tot ontslag, doch tot de conclusie moest komen dat het niet mogelijk was om voldoende toezicht te verschaffen tijdens de uitoefening van deze functie. De beslissing is dan ook redelijk.

De klacht is ongegrond.