KC33/25-0079
Ongegrond
Gegrond
KC - Wortel
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHTBESLISSING - GETUIGEN
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
De klachtencommissie wenst in eerste instantie te benadrukken dat de directie niet verplicht is om getuigen te horen en dus bijkomend onderzoek uit te voeren indien de vaststellingen in het RAD voldoende duidelijk zijn en de gedetineerde geen overtuigende argumenten heeft aangehaald waardoor de waarachtigheid van de vaststellingen in twijfel wordt getrokken. De klachtencommissie stelt echter vast dat uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie de celgenoot van klager – die volgens klager de feiten zou hebben toegegeven – zou bevragen en daarom het rapport in beraad heeft genomen tot de volgende dag. Uit deze passage blijkt dat de directie van oordeel was dat klager overtuigende tegenargumenten had aangevoerd waardoor de directie bijkomend onderzoek zou doen en de celgenoot van klager zou horen. Dit werd op het einde van de tuchtrechtelijke hoorzitting aan klager en zijn advocaat meegedeeld. De klachtencommissie stelt echter vast dat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt of en wanneer deze celgenoot gehoord werd, en wat het resultaat hiervan was. Hierdoor is het voor klager onmogelijk om te weten in welke mate de verklaring van zijn celgenoot heeft bijgedragen in het besluitvormingsproces. De klachtencommissie besluit dat het recht van verdediging van klager geschonden is doordat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing kan worden afgeleid of de celgenoot van klager werd gehoord – zoals nochtans werd beloofd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting – en wat hier het resultaat van was. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 14/11/2025.
Klager dient ook klacht in tegen de celmutatie. Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager werd overgeplaatst naar een andere vleugel waar hetzelfde regime geldt als op zijn vorige cel, en dit omwille van zijn dominant gedrag. De klachtencommissie stelt vast dat er bijgevolg geen sprake is van een verandering of inperking van het regime van klager, en evenmin van een verdoken tuchtsanctie. De klachtencommissie besluit dat de celmutatie niet onwettig is. De beslissing is ook niet onredelijk of onbillijk.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
De klachtencommissie wenst in eerste instantie te benadrukken dat de directie niet verplicht is om getuigen te horen en dus bijkomend onderzoek uit te voeren indien de vaststellingen in het RAD voldoende duidelijk zijn en de gedetineerde geen overtuigende argumenten heeft aangehaald waardoor de waarachtigheid van de vaststellingen in twijfel wordt getrokken. De klachtencommissie stelt echter vast dat uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie de celgenoot van klager – die volgens klager de feiten zou hebben toegegeven – zou bevragen en daarom het rapport in beraad heeft genomen tot de volgende dag. Uit deze passage blijkt dat de directie van oordeel was dat klager overtuigende tegenargumenten had aangevoerd waardoor de directie bijkomend onderzoek zou doen en de celgenoot van klager zou horen. Dit werd op het einde van de tuchtrechtelijke hoorzitting aan klager en zijn advocaat meegedeeld. De klachtencommissie stelt echter vast dat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt of en wanneer deze celgenoot gehoord werd, en wat het resultaat hiervan was. Hierdoor is het voor klager onmogelijk om te weten in welke mate de verklaring van zijn celgenoot heeft bijgedragen in het besluitvormingsproces. De klachtencommissie besluit dat het recht van verdediging van klager geschonden is doordat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing kan worden afgeleid of de celgenoot van klager werd gehoord – zoals nochtans werd beloofd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting – en wat hier het resultaat van was. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 14/11/2025.
Klager dient ook klacht in tegen de celmutatie. Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager werd overgeplaatst naar een andere vleugel waar hetzelfde regime geldt als op zijn vorige cel, en dit omwille van zijn dominant gedrag. De klachtencommissie stelt vast dat er bijgevolg geen sprake is van een verandering of inperking van het regime van klager, en evenmin van een verdoken tuchtsanctie. De klachtencommissie besluit dat de celmutatie niet onwettig is. De beslissing is ook niet onredelijk of onbillijk.