KC33/25-0082
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Wortel
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE
Klager beklaagt zich over de uitsluiting van een opleiding. Blijkens het verweer van de directie wordt deze opleiding ingericht door de Vlaamse Gemeenschap en werd de beslissing tot uitsluiting door de organisatie zelf genomen. De klachtencommissie stelt vast dat de uitsluiting geen beslissing van de lokale directie was, waardoor de klacht buiten het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Klager weigerde ter tuchtzitting te verschijnen. Aangezien klager niet ter tuchtzitting verscheen, werden er geen elementen aangebracht die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (artikel 129, 4° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. De directie beperkte zich tot het in uitvoer brengen van een eerder opgelegde voorwaardelijke sanctie van 5 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over de uitsluiting van een opleiding. Blijkens het verweer van de directie wordt deze opleiding ingericht door de Vlaamse Gemeenschap en werd de beslissing tot uitsluiting door de organisatie zelf genomen. De klachtencommissie stelt vast dat de uitsluiting geen beslissing van de lokale directie was, waardoor de klacht buiten het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Klager weigerde ter tuchtzitting te verschijnen. Aangezien klager niet ter tuchtzitting verscheen, werden er geen elementen aangebracht die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (artikel 129, 4° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. De directie beperkte zich tot het in uitvoer brengen van een eerder opgelegde voorwaardelijke sanctie van 5 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.