Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0084

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en een andere beambte getuige was van de feiten. Hoewel de klachtencommissie begrip heeft voor de moeilijke situatie van klager en heeft vastgesteld dat zowel uit het RAD, als uit tuchtrechtelijke hoorzitting, de tuchtbeslissing en de stukken neergelegd door klager duidelijk blijkt dat klager meermaals mondeling werd uitgedaagd door zijn medegedetineerde en het conflict tussen beiden al een langere tijd zou spelen, is de klachtencommissie van oordeel dat dit nog steeds geen reden is om fysieke agressie te gebruiken. Klager had zijn frustraties op een andere manier kunnen uiten, dan door een fysieke duw te geven aan zijn medegedetineerde. De klachtencommissie is van oordeel dat het verbaal provoceren door een medegedetineerde nog geen reden is om met geweld te antwoorden. Er is geen sprake van wettige zelfverdediging. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV effectief en vijf dagen ATV voorwaardelijk. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat uit de tuchtbeslissing en uit het verweer van de directie duidelijk blijkt dat er rekening werd gehouden met het uitdagend gedrag van de medegedetineerde van klager, en dit door de helft van de tuchtsanctie met uitstel op te leggen.