Ga verder naar de inhoud

KC33/26-0007

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting stelt de advocaat dat de vondst werd gedaan op de eerste dag dat klager terug was. Hij zou zijn kast ook niet hebben aangewezen als hij wist dat er drugs in was gevonden. Er is volgens de advocaat gaan zekerheid dat de substanties van klager zijn. Volgens de klachtencommissie bracht de advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De directie achtte de feiten bewezen op basis van de vindplaats (kast waarin eveneens persoonlijke spullen van klager lagen). De klachtencommissie oordeelt dat deze conclusie de grenzen van de redelijkheid niet overschrijdt. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie meent dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.