Ga verder naar de inhoud

KC34/23-0050

Gegrond KC - Hoogstraten Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING

Wat betreft tuchtbeslissingen, kan de gedetineerde alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht. De directie heeft hierbij als tuchtoverheid een discretionaire bevoegdheid.

De directeur dient deze innerlijke overtuiging ook op afdoende wijze ter kennis te brengen van de tuchtrechtelijk vervolgde gedetineerde. Minstens even belangrijk is de vereiste om deze overtuiging op een voldoende uitgebreide manier neer te schrijven in een gemotiveerde tuchtbeslissing, die aan de betrokken gedetineerde wordt bezorgd. Het belang van een uitdrukkelijke en afdoende motivering wordt ook bevestigd in art. 8 van de Basiswet.

De motivering dient klager dus te informeren waarom de tuchtinbreuk weerhouden werd. Uit deze motivering kan de klachtencommissie niet afleiden waarom klager zijn houding een ‘opzettelijke aantasting van de psychische integriteit’ uitmaakt. Evenmin is duidelijk over welke dreigende taal het gaat. In het RAD dat aan de basis ligt, wordt enkel melding gemaakt van geroep.

Aldus is de motivering in strijd met de motiveringsverplichting. De klacht is gegrond.