TUCHT
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Ze geeft toe dat ze een fout heeft gemaakt. Ze heeft een beambte geduwd en bedreigd. De beambte zou voortdurend leugens vertellen.
Gelet op de bekentenissen van klager, besluit de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager en haar hiervoor kon sanctioneren.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten wel correcter had kunnen kwalificeren. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie klager heeft gesanctioneerd voor de agressie tegenover het personeel en medegedetineerden. De directie heeft echter enkel de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee aangeduid in de tuchtbeslissing. De tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee was gelet op het duwen en schoppen van klager, correcter geweest. Bovendien blijkt uit de rapporten dat klager ook beledigingen heeft geuit ten aanzien van zowel medegedetineerden als de beambte. Deze tuchtinbreuk van tweede categorie werd niet weerhouden in de tuchtbeslissing.
Voor het overige beklaagt klager zich dat ze tijdens haar ATV-sanctie geen contact met de buitenwereld mocht hebben waardoor ze niet kon bellen met de vraag om geld te storten zodat ze kantine kon aankopen. Klager kon conform de Basiswet één keer per week bellen. De klachtencommissie stelt bovendien vast dat de directie in de tuchtbeslissing klager toelating heeft gegeven om alsnog deel te nemen aan het gemeenschappelijk bezoek, in plaats van glasbezoek dat de regel is tijdens ATV. Dat klager volledig was afgesloten van de buitenwereld blijkt dus niet te kloppen. Bovendien weerlegt de directie in haar verweer de bewering van klager dat zij geen kantine heeft kunnen bestellen tijdens haar ATV.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Ze geeft toe dat ze een fout heeft gemaakt. Ze heeft een beambte geduwd en bedreigd. De beambte zou voortdurend leugens vertellen.
Gelet op de bekentenissen van klager, besluit de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager en haar hiervoor kon sanctioneren.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten wel correcter had kunnen kwalificeren. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie klager heeft gesanctioneerd voor de agressie tegenover het personeel en medegedetineerden. De directie heeft echter enkel de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee aangeduid in de tuchtbeslissing. De tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee was gelet op het duwen en schoppen van klager, correcter geweest. Bovendien blijkt uit de rapporten dat klager ook beledigingen heeft geuit ten aanzien van zowel medegedetineerden als de beambte. Deze tuchtinbreuk van tweede categorie werd niet weerhouden in de tuchtbeslissing.
Voor het overige beklaagt klager zich dat ze tijdens haar ATV-sanctie geen contact met de buitenwereld mocht hebben waardoor ze niet kon bellen met de vraag om geld te storten zodat ze kantine kon aankopen. Klager kon conform de Basiswet één keer per week bellen. De klachtencommissie stelt bovendien vast dat de directie in de tuchtbeslissing klager toelating heeft gegeven om alsnog deel te nemen aan het gemeenschappelijk bezoek, in plaats van glasbezoek dat de regel is tijdens ATV. Dat klager volledig was afgesloten van de buitenwereld blijkt dus niet te kloppen. Bovendien weerlegt de directie in haar verweer de bewering van klager dat zij geen kantine heeft kunnen bestellen tijdens haar ATV.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.