TUCHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Hoogstraten. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie kan zich dan ook vinden in het standpunt dat de PBA het gedrag van klager als agressief ervaarde. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Gezien het feit dat er nog een ruime marge is én klager vijf dagen voorwaardelijke sanctie had staan, is de klachtencommissie van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk.
Om die redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Hoogstraten. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie kan zich dan ook vinden in het standpunt dat de PBA het gedrag van klager als agressief ervaarde. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Gezien het feit dat er nog een ruime marge is én klager vijf dagen voorwaardelijke sanctie had staan, is de klachtencommissie van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk.
Om die redenen is de klacht ongegrond.