Ga verder naar de inhoud

KC34/25-0020

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk KC - Hoogstraten Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Geen beslissing directeur
TUCHT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TRANSFER - WANDELING - EXTERNE RECHTSPOSITIE

De klacht betreft een tuchtbeslissing, het feitelijk handelen van een beambte en een directielid, de overplaatsing naar de gevangenis van Wortel, het feit dat hij op 02/05/2025 geen wandeling toegekend heeft gekregen en de aanvraag van een UV en PV in de gevangenis van Hoogstraten.

Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie meent dat het ‘beginnen over een beambte’, vertellen dat klager zijn proces gewonnen heeft en een medegedetineerde een proces heeft aangespannen tegen een beambte, bezwaarlijk beschouwd kan worden als een opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.

Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen de tuchtbeslissing gegrond is. Aangezien de klachtencommissie niet betwist dat klager ‘begonnen is over een beambte’ en een beambte viseert zoals opgenomen in het RAD, bepaalt de klachtencommissie dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:

- de kwalificatie van de feiten als opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk eerste categorie)

wordt vervangen door

- een kwalificatie als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk tweede categorie).

In het huishoudelijk reglement staat namelijk te lezen dat de gedetineerde de plicht heeft er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel het menswaardig samenlevingsklimaat in de inrichting niet verstoort (p. 3 huishoudelijk reglement, versie 09/03/2017). De klachtencommissie meent dat klager het samenlevingsklimaat verstoort wanneer hij dergelijke handelingen stelt. De klachtencommissie draagt de directie op om de kwalificatie van de tuchtbeslissing op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.

Over het feitelijk handelen van een beambte: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een beambte dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Over de overplaatsing: een beslissing om een gedetineerde al dan niet over te plaatsen naar een andere gevangenis behoort niet tot de bevoegdheid van de gevangenisdirecteur, maar van de onderzoeksrechter of de Directie Detentiebeheer (“DDB”) van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De lokale gevangenisdirectie beslist dit dus niet. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Over het niet toekennen van een wandeling: volgens artikel 79 van de Basiswet heeft een gedetineerde recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht. De directie meent echter dat klager op de bewuste dag van de transfer ’s ochtends de vraag gekregen heeft van een beambte of hij wenste te wandelen. Klager heeft dit echter geweigerd, omdat hij nog veel werk had met het inpakken van zijn persoonlijke spullen in dozen n.a.v. zijn transfer. Hij zou trouwens ook extra dozen aan de beambte hebben gevraagd. Klager heeft dus een wandeling aangeboden gekregen.

De klachtencommissie ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van de directie. De klachtencommissie stelt geen onwettigheid in deze beslissing vast, en acht ze ook niet onredelijk. De klacht is om deze redenen ongegrond.

Over de UV en PV: de klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, dat wil zeggen over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling over strafuitvoeringsmodaliteiten heeft betrekking op de externe rechtspositie van veroordeelden. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.