TUCHT - COLLECTIEVE ACTIE - KWALIFICATIE INBREUK
Klager werd op tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen”.
De klachtencommissie is van oordeel dat deze feiten niet gekwalificeerd kunnen worden als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties. Nergens uit het RAD blijkt dat klager zijn medegedetineerden zou hebben aangezet om mee buiten te blijven op de wandeling of enige collectieve actie heeft gevoerd. Het loutere feit dat er 111 gedetineerden aanwezig waren op de wandeling, doet hier geen afbreuk aan. Ook blijkt uit de dossierstukken dat klager, net zoals de overige aanwezige gedetineerden, na het negatieve antwoord van de beambte vrijwillig de wandeling heeft verlaten. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de vraag van klager of de wandeling verlengd kon worden gelet op het feit dat deze later dan normaal begonnen zou zijn, zelfs indien dit met een verheven, luide stem zou zijn gesteld, niet inhoudt dat de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar werd gebracht.
De klachtencommissie is van oordeel dat deze feiten wel gekwalificeerd kunnen te worden als de opzettelijke aantasting van de orde, eveneens een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Het feit dat klager niet gewoon de vraag heeft gesteld of de wandeling verlengd kon worden, maar het geheel een opruiend karakter had doordat klager zijn stem heeft verheven, zijn ongenoegen uitsprak en over onrecht sprak in het bijzijn van de vele aanwezige medegedetineerden op de wandeling, kan gezien worden als de opzettelijke aantasting van de orde. Uit navraag door de directie bij de betrokken beambte bleek immers dat klager uitdrukkelijk bleef aandringen en de beambte hem moest aanmanen om zijn gedrag te beëindigen.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen”, en stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie wegens een tuchtinbreuk van de eerste categorie, zijnde het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen
wordt vervangen door:
- een tuchtsanctie wegens een tuchtinbreuk van de eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de orde.
Klager werd op tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen”.
De klachtencommissie is van oordeel dat deze feiten niet gekwalificeerd kunnen worden als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties. Nergens uit het RAD blijkt dat klager zijn medegedetineerden zou hebben aangezet om mee buiten te blijven op de wandeling of enige collectieve actie heeft gevoerd. Het loutere feit dat er 111 gedetineerden aanwezig waren op de wandeling, doet hier geen afbreuk aan. Ook blijkt uit de dossierstukken dat klager, net zoals de overige aanwezige gedetineerden, na het negatieve antwoord van de beambte vrijwillig de wandeling heeft verlaten. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de vraag van klager of de wandeling verlengd kon worden gelet op het feit dat deze later dan normaal begonnen zou zijn, zelfs indien dit met een verheven, luide stem zou zijn gesteld, niet inhoudt dat de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar werd gebracht.
De klachtencommissie is van oordeel dat deze feiten wel gekwalificeerd kunnen te worden als de opzettelijke aantasting van de orde, eveneens een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Het feit dat klager niet gewoon de vraag heeft gesteld of de wandeling verlengd kon worden, maar het geheel een opruiend karakter had doordat klager zijn stem heeft verheven, zijn ongenoegen uitsprak en over onrecht sprak in het bijzijn van de vele aanwezige medegedetineerden op de wandeling, kan gezien worden als de opzettelijke aantasting van de orde. Uit navraag door de directie bij de betrokken beambte bleek immers dat klager uitdrukkelijk bleef aandringen en de beambte hem moest aanmanen om zijn gedrag te beëindigen.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen”, en stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie wegens een tuchtinbreuk van de eerste categorie, zijnde het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen
wordt vervangen door:
- een tuchtsanctie wegens een tuchtinbreuk van de eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de orde.