KC38/25-0052
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Dendermonde-Hulp
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - CELCONTROLE - TUCHT
De klacht gaat over 4 beslissingen tot fouillering op het lichaam, een tuchtbeslissing en 3 celcontroles van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de naaktfouilles: klager heeft een klacht ingediend op 12/09/2025 tegen een naaktfouille van 08/04/2025 (overhandigd aan klager op 09/04/2025), 16/06/2025 (overhandigd aan klager op diezelfde dag), 07/07/2025 (overhandigd aan klager op 08/07/2025) en 18/08/2025 (overhandigd aan klager op diezelfde dag). Op de beslissingen stond duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de celcontroles: klager heeft een klacht ingediend op 12/09/2025 tegen twee celcontroles van 23/07/2025 en 29/08/2025. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie acht de dubbele kwalificatie van de feiten als zijnde “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis” niet correct. De klachtencommissie meent dat de directie op geen enkele wijze in haar motivering van de tuchtbeslissing motiveert waarom de feiten als voormelde tuchtinbreuk gekwalificeerd dienen te worden. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze niet ingaat op de elementen waaruit het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde in de gevangenis blijkt.
In het voorliggend dossier kan de kwalificatie van de feiten als het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis volgens de klachtencommissie dan ook niet overeind blijven. Deze kwalificatie dient geschrapt te worden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV, met uitstel voor een duur van 3 maanden, wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is bijgevolg gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis”. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt, namelijk voormelde elementen dienen geschrapt te worden. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
De klacht gaat over 4 beslissingen tot fouillering op het lichaam, een tuchtbeslissing en 3 celcontroles van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de naaktfouilles: klager heeft een klacht ingediend op 12/09/2025 tegen een naaktfouille van 08/04/2025 (overhandigd aan klager op 09/04/2025), 16/06/2025 (overhandigd aan klager op diezelfde dag), 07/07/2025 (overhandigd aan klager op 08/07/2025) en 18/08/2025 (overhandigd aan klager op diezelfde dag). Op de beslissingen stond duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de celcontroles: klager heeft een klacht ingediend op 12/09/2025 tegen twee celcontroles van 23/07/2025 en 29/08/2025. De klacht werd bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie acht de dubbele kwalificatie van de feiten als zijnde “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis” niet correct. De klachtencommissie meent dat de directie op geen enkele wijze in haar motivering van de tuchtbeslissing motiveert waarom de feiten als voormelde tuchtinbreuk gekwalificeerd dienen te worden. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze niet ingaat op de elementen waaruit het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde in de gevangenis blijkt.
In het voorliggend dossier kan de kwalificatie van de feiten als het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis volgens de klachtencommissie dan ook niet overeind blijven. Deze kwalificatie dient geschrapt te worden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV, met uitstel voor een duur van 3 maanden, wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is bijgevolg gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis”. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt, namelijk voormelde elementen dienen geschrapt te worden. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.