Ga verder naar de inhoud

KC38/25-0063

Ongegrond KC - Dendermonde-Hulp Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLERING - TUCHT

Klager dient vooreerst klacht in tegen een naaktfouillering omdat hij geen handdoek zou hebben gekregen. Uit het verweer van de directie blijkt duidelijk dat gedetineerden altijd een handdoek krijgen tijdens een naaktfouillering. De directie benadrukt dat de beambten ervoor zorgen dat de regelgeving wordt nageleefd. Klager heeft zelf verstek gelaten op de tuchtrechtelijke hoorzitting die plaatsvond naar aanleiding van onder andere deze feiten. Klager had de directie kunnen aanspreken over dit probleem, maar heeft gekozen om niet te verschijnen. De klachtencommissie is van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij effectief geen handdoek zou hebben gekregen.

Klager dient daarnaast klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de vier rapporten duidelijk werden opgesteld. Bovendien waren meerdere beambten getuige van de verschillende feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager is zelfs niet op de tuchtrechtelijke hoorzitting verschenen, terwijl hij regelmatig uitgenodigd werd. Daarnaast is de motivering van zijn klacht uiterst summier en stelt hij enkel dat de rapporten niet kloppen, zonder dit verder toe te lichten.

Uit de vier rapporten blijkt duidelijk dat klager in het bezit was van verboden substanties en dit werd eveneens bevestigd door het administratief verslag inzake verdovende middelen van 02/12/2025. Uit het rapport van 30/11/2025 blijkt duidelijk dat klager het personeel heeft beledigd. Uit het RAD van 29/11/2025 blijkt eveneens dat klager tijdens het opruimen van het afval verschillende zaken aannam en doorgaf via het raam van verschillende cellen, hetgeen een inbreuk is op de bepalingen van het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.