KC38/25-0067
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Dendermonde-Hulp
Klachtencommissie
Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE - TEGEMOETKOMING
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 11 december 2025 een tuchtsanctie van 7 dagen strafcel opgelegd voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of een persoon vreemd aan de gevangenis, met uitzondering van de in artikel 129, 9° vermelde tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 130, 5° Basiswet).
De klachtencommissie acht de beslissing gebrekkig op de volgende punten.
De motivering vermeldt niet duidelijk voor welke feiten klager gesanctioneerd werd. De in de motivering hernomen feiten sluiten vervolgens niet aan bij de inbreuken die in de tuchtbeslissing weerhouden werden. Dit leidt er dan ook toe dat die kwalificaties niet afdoende gemotiveerd werden. De tuchtbeslissing voldoet niet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. Omdat de directie in haar motivering focust op het verstoren van de nachtrust, meent de klachtencommissie bovendien dat de feiten beter gekwalificeerd hadden kunnen worden als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis (op dat tijdstip: slapen) verstoort (artikel 130, 7° Basiswet).
De directie koos er in elk geval voor om twee inbreuken van de tweede categorie te weerhouden. Vervolgens legde ze een sanctie van 7 dagen (slapen in de) strafcel op. In haar verweer beschrijft de directie dit als een ‘spiegelsanctie’. Voor de zwaarte van de sanctie verwijst ze naar het tuchtverleden van klager. Volgens de klachtencommissie legde de directie een tuchtsanctie op die ze niet kon of mocht opleggen. Een sanctie van 7 dagen slapen in de strafcel voor twee inbreuken van de tweede categorie is niet wettelijk. Klager mocht maximum 3 dagen opgesloten worden in de strafcel. Dat hij er enkel in moest slapen, maakt niet dat dit opeens voor 7 dagen kon opgelegd worden. Deze straf wordt niet voorzien door de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: één gratis portie kippenbil of kippenborst bij de wekelijkse kippenkantine.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 11 december 2025 een tuchtsanctie van 7 dagen strafcel opgelegd voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of een persoon vreemd aan de gevangenis, met uitzondering van de in artikel 129, 9° vermelde tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 130, 5° Basiswet).
De klachtencommissie acht de beslissing gebrekkig op de volgende punten.
De motivering vermeldt niet duidelijk voor welke feiten klager gesanctioneerd werd. De in de motivering hernomen feiten sluiten vervolgens niet aan bij de inbreuken die in de tuchtbeslissing weerhouden werden. Dit leidt er dan ook toe dat die kwalificaties niet afdoende gemotiveerd werden. De tuchtbeslissing voldoet niet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. Omdat de directie in haar motivering focust op het verstoren van de nachtrust, meent de klachtencommissie bovendien dat de feiten beter gekwalificeerd hadden kunnen worden als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis (op dat tijdstip: slapen) verstoort (artikel 130, 7° Basiswet).
De directie koos er in elk geval voor om twee inbreuken van de tweede categorie te weerhouden. Vervolgens legde ze een sanctie van 7 dagen (slapen in de) strafcel op. In haar verweer beschrijft de directie dit als een ‘spiegelsanctie’. Voor de zwaarte van de sanctie verwijst ze naar het tuchtverleden van klager. Volgens de klachtencommissie legde de directie een tuchtsanctie op die ze niet kon of mocht opleggen. Een sanctie van 7 dagen slapen in de strafcel voor twee inbreuken van de tweede categorie is niet wettelijk. Klager mocht maximum 3 dagen opgesloten worden in de strafcel. Dat hij er enkel in moest slapen, maakt niet dat dit opeens voor 7 dagen kon opgelegd worden. Deze straf wordt niet voorzien door de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: één gratis portie kippenbil of kippenborst bij de wekelijkse kippenkantine.