KC38/26-0008
Gegrond
KC - Dendermonde-Hulp
Klachtencommissie
Tucht
Ordemaatregel
TUCHT - TEGEMOETKOMING - ARBEID - ONTSLAG
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de tuchtbeslissing: de directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan een maand, in de mogelijkheid gesteld een schriftelijk verweer en de daarbij horende stukken van het tuchtdossier aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.
De klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar tuchtbeslissing heeft gesteund. De directie ondersteunt haar argument verder niet. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 06/02/2026 en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. De klachtencommissie kent dan ook aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één pakje tabak uit het in de gevangenis beschikbare aanbod, door de directie te bezorgen binnen een termijn van één maand vanaf de betekening van deze beslissing.
Over de afzetting van werk: fe klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar ontslagbeslissing heeft gesteund. Bij gebreke aan een ontslagbeslissing kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ontslagbeslissing. Zij bepaalt dat klager, ten gevolge van deze vernietiging, opnieuw moet worden tewerkgesteld in de functie waarvan hij werd afgezet of, indien hierdoor een andere gedetineerde zou worden benadeeld, bovenaan de werkerslijst moet worden geplaatst.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de tuchtbeslissing: de directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan een maand, in de mogelijkheid gesteld een schriftelijk verweer en de daarbij horende stukken van het tuchtdossier aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.
De klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar tuchtbeslissing heeft gesteund. De directie ondersteunt haar argument verder niet. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 06/02/2026 en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. De klachtencommissie kent dan ook aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één pakje tabak uit het in de gevangenis beschikbare aanbod, door de directie te bezorgen binnen een termijn van één maand vanaf de betekening van deze beslissing.
Over de afzetting van werk: fe klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar ontslagbeslissing heeft gesteund. Bij gebreke aan een ontslagbeslissing kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ontslagbeslissing. Zij bepaalt dat klager, ten gevolge van deze vernietiging, opnieuw moet worden tewerkgesteld in de functie waarvan hij werd afgezet of, indien hierdoor een andere gedetineerde zou worden benadeeld, bovenaan de werkerslijst moet worden geplaatst.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0180 opgestart