KC38/26-0016
Ongegrond
KC - Dendermonde-Hulp
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
HYGIËNE - STAKING
Klager beklaagt zich over de weigering om te mogen douchen op een stakingsdag terwijl hij wel gewerkt had, maar een medische uithaling had waardoor hij laat terug was. Aangezien de beslissing betrekking had op een stakingsdag, is de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel van toepassing. De klachtencommissie verwijst naar artikel 17, 2° van deze wet: “Teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, wordt tijdens de gehele duur van de staking minstens op dagelijkse basis erin voorzien dat elke gedetineerde: (…) 2° de mogelijkheid heeft zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne behoorlijk te verzorgen alsook deze van zijn verblijfsruimte; in geval van een staking van meer dan twee dagen kan de gedetineerde over een periode van één week minstens twee douches nemen;” De Basiswet voorziet enkel dat het inrichtingshoofd er zorg voor draagt dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen (artikel 44 Basiswet).
De klachtencommissie oordeelt dat het niet onwettig was om klager niet te laten douchen op de stakingsdag. Er is geen wettelijke verplichting om dagelijks een douche te voorzien, niet op basis van de Wet van 23 maart 2019 die van toepassing was aangezien het om een stakingsdag ging, maar ook niet op basis van de Basiswet. De klachtencommissie oordeelt bovendien dat de beslissing om klager niet te laten douchen ook niet onredelijk of onbillijk was, gelet op het gebrek aan personeel en het gegeven dat klager laat terugkeerde van een medische uithaling. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over de weigering om te mogen douchen op een stakingsdag terwijl hij wel gewerkt had, maar een medische uithaling had waardoor hij laat terug was. Aangezien de beslissing betrekking had op een stakingsdag, is de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel van toepassing. De klachtencommissie verwijst naar artikel 17, 2° van deze wet: “Teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, wordt tijdens de gehele duur van de staking minstens op dagelijkse basis erin voorzien dat elke gedetineerde: (…) 2° de mogelijkheid heeft zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne behoorlijk te verzorgen alsook deze van zijn verblijfsruimte; in geval van een staking van meer dan twee dagen kan de gedetineerde over een periode van één week minstens twee douches nemen;” De Basiswet voorziet enkel dat het inrichtingshoofd er zorg voor draagt dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen (artikel 44 Basiswet).
De klachtencommissie oordeelt dat het niet onwettig was om klager niet te laten douchen op de stakingsdag. Er is geen wettelijke verplichting om dagelijks een douche te voorzien, niet op basis van de Wet van 23 maart 2019 die van toepassing was aangezien het om een stakingsdag ging, maar ook niet op basis van de Basiswet. De klachtencommissie oordeelt bovendien dat de beslissing om klager niet te laten douchen ook niet onredelijk of onbillijk was, gelet op het gebrek aan personeel en het gegeven dat klager laat terugkeerde van een medische uithaling. De klacht is ongegrond.