KC38/26-0027
Onontvankelijk
KC - Dendermonde-Hulp
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
ZORGPLICHT
Klager verklaart dat hij wordt uitgescholden en doodsbedreigingen krijgt waardoor hij zich heel onveilig voelt en mentaal verontrust is. Artikel 5, §2 van de Basiswet legt de onontkoombare zorgplicht op om bij de uitvoering van de vrijheidsstraf, zowel de interne als de externe veiligheid te vrijwaren. Onder de interne veiligheid wordt onder meer verstaan “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt”. Overeenkomstig artikel 105, §2 van de Basiswet draagt het inrichtingshoofd bovendien de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd om klagers fysieke integriteit te vrijwaren. Uit de bijkomende informatie van de directie blijkt echter dat klager de directie nog niet had ingelicht over zijn bezorgdheden. De directie vernam dit pas in zijn klacht. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan deze verklaring van de directie omdat klager in zijn klachten ook niet hard maakt dat de directie op de hoogte is van het probleem. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat er op het moment van de indiening van de klacht geen sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om binnen een redelijk termijn een beslissing te nemen teneinde te voldoen aan haar zorgplicht op grond van de Basiswet. Om deze reden zijn de klachten niet-ontvankelijk.
Klager verklaart dat hij wordt uitgescholden en doodsbedreigingen krijgt waardoor hij zich heel onveilig voelt en mentaal verontrust is. Artikel 5, §2 van de Basiswet legt de onontkoombare zorgplicht op om bij de uitvoering van de vrijheidsstraf, zowel de interne als de externe veiligheid te vrijwaren. Onder de interne veiligheid wordt onder meer verstaan “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt”. Overeenkomstig artikel 105, §2 van de Basiswet draagt het inrichtingshoofd bovendien de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd om klagers fysieke integriteit te vrijwaren. Uit de bijkomende informatie van de directie blijkt echter dat klager de directie nog niet had ingelicht over zijn bezorgdheden. De directie vernam dit pas in zijn klacht. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan deze verklaring van de directie omdat klager in zijn klachten ook niet hard maakt dat de directie op de hoogte is van het probleem. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat er op het moment van de indiening van de klacht geen sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om binnen een redelijk termijn een beslissing te nemen teneinde te voldoen aan haar zorgplicht op grond van de Basiswet. Om deze reden zijn de klachten niet-ontvankelijk.