Ga verder naar de inhoud

BC/22-0001

Ongegrond Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - KLACHTENPROCEDURE

Wanneer de klachtencommissie de klacht afdoet als alleensprekend klachtenrechter, dan betekent dit dat zij van oordeel is dat zij op grond van het voorliggend administratief dossier kan beslissen. De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie haar beslissing integraal kon baseren op het voorliggende administratief dossier, dat voldoende elementen bevatte om tot een gedragen oordeel te komen. De rapporten aan de directeur zijn helder en uitgebreid geformuleerd en het administratief dossier is voor het overige volledig.

Betreft de tuchtbeslissing: De directie kan er redelijkerwijze van uitgaan dat de rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Beide voornoemde RAD’s zijn gedetailleerd opgesteld en telkens worden er twee PBA’s als getuige vermeld. De klachtencommissie oordeelde terecht dat appellante niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat de directie de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden. Wat de straftoemeting betreft, is de directie binnen de grenzen van de wet en de redelijkheid en billijkheid gebleven.
Het beroep is ongegrond.

Betreft de voorlopige maatregel: Uit de tuchtbeslissing blijkt dat het ontslag van appellante definitief (van onbepaalde duur) is.Een ontslag kan echter nooit bestraffend zijn. Indien de gedetineerde wordt ontslagen, omdat een tuchtinbreuk tot gevolg heeft dat de werkrelatie niet meer mogelijk is, schrijft de voornoemde
dienstnota voor dat de directie een schriftelijke en gemotiveerde ordemaatregel moet nemen. De redenen moeten de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom het werk niet langer als ‘passend werk’ kan worden beschouwd. Dit mag geen verdoken tuchtsanctie zijn of lijken.In dit geval ontbreekt een aparte schriftelijke en gemotiveerde ordemaatregel. Het ontslag is, of minstens lijkt, zo een verdoken tuchtsanctie gelet op de vermelding ervan in de tuchtbeslissing. De beroepscommissie is van oordeel dat de beslissing tot ontslag van appellante als fatik moet vernietigd worden als verdoken tuchtsanctie. De klachtencommissie had de directeur kunnen opdragen een nieuwe beslissing te nemen.
Het beroep is gegrond.