TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES
De beroepscommissie meent dat de beoordeling van een tuchtbeslissing één geheel uitmaakt en beoordeelt vervolgens alle tuchtrechtelijke inbreuken alsook de opgelegde straf.
Bij de controle aan de verblijfsruimte werd een gsm (in twee delen) gevonden. Klager gaf op de tuchtrechtelijke hoorzitting aan dat de gsm aan hem toebehoorde. De directie kon dit feit bewezen achten en kwalificeren als het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.
Bij de controle aan de verblijfsruimte is er vastgesteld dat klager zijn gordijnen gebruikte als muurbekleding. Door iets op cel op te hangen op een andere plaats dan daarvoor voorbehouden heeft klager het huishoudelijk reglement geschonden. De beroepscommissie merkt wel op dat het de voorkeur geniet om in de motivering van de tuchtbeslissing te verwijzen naar het concrete artikel van het HHR waarop men zich beroept.
Bij een celcontrole vond men een attribuut voor het gebruiken van drugs op de vensterbank aan de buitenkant van de cel van klager. De directie is in haar onderzoek naar de feiten gebonden aan de zorgvuldigheidsplicht. Zoals de klachtencommissie terecht heeft opgemerkt, blijkt niet dat de directie verder onderzoek heeft gedaan. Zo werd er geen sporenonderzoek gedaan, werden er geen camerabeelden (van de wandeling) bekeken, werden er geen documenten van de melding aan de politiediensten gevoegd,... Gelet op de verklaringen van klager kan er minstens twijfel bestaan of het pijpje aan hem toebehoort. Bovendien zijn er bijkomende elementen naast de verklaring van klager om mee rekening te houden, meer bepaald dat er niets (anders) gevonden werd bij de lichaamsfouille en de celcontrole, dat er geen geur waargenomen is, dat klager geen tuchtrechtelijk verleden heeft wat betreft drugs en dat klager de inbreuk omtrent het bezit van een gsm wél toegeeft. De beroepscommissie is dan ook van oordeel dat er onvoldoende elementen zijn om het bezit van het pijpje aan klager toe te rekenen en te kwalificeren als het bezit van verboden substanties.
De sanctie van 21 dagen ATV beschouwt de beroepscommissie als wettelijk, redelijk en billijk.
Het beroep is ongegrond.
De beroepscommissie meent dat de beoordeling van een tuchtbeslissing één geheel uitmaakt en beoordeelt vervolgens alle tuchtrechtelijke inbreuken alsook de opgelegde straf.
Bij de controle aan de verblijfsruimte werd een gsm (in twee delen) gevonden. Klager gaf op de tuchtrechtelijke hoorzitting aan dat de gsm aan hem toebehoorde. De directie kon dit feit bewezen achten en kwalificeren als het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.
Bij de controle aan de verblijfsruimte is er vastgesteld dat klager zijn gordijnen gebruikte als muurbekleding. Door iets op cel op te hangen op een andere plaats dan daarvoor voorbehouden heeft klager het huishoudelijk reglement geschonden. De beroepscommissie merkt wel op dat het de voorkeur geniet om in de motivering van de tuchtbeslissing te verwijzen naar het concrete artikel van het HHR waarop men zich beroept.
Bij een celcontrole vond men een attribuut voor het gebruiken van drugs op de vensterbank aan de buitenkant van de cel van klager. De directie is in haar onderzoek naar de feiten gebonden aan de zorgvuldigheidsplicht. Zoals de klachtencommissie terecht heeft opgemerkt, blijkt niet dat de directie verder onderzoek heeft gedaan. Zo werd er geen sporenonderzoek gedaan, werden er geen camerabeelden (van de wandeling) bekeken, werden er geen documenten van de melding aan de politiediensten gevoegd,... Gelet op de verklaringen van klager kan er minstens twijfel bestaan of het pijpje aan hem toebehoort. Bovendien zijn er bijkomende elementen naast de verklaring van klager om mee rekening te houden, meer bepaald dat er niets (anders) gevonden werd bij de lichaamsfouille en de celcontrole, dat er geen geur waargenomen is, dat klager geen tuchtrechtelijk verleden heeft wat betreft drugs en dat klager de inbreuk omtrent het bezit van een gsm wél toegeeft. De beroepscommissie is dan ook van oordeel dat er onvoldoende elementen zijn om het bezit van het pijpje aan klager toe te rekenen en te kwalificeren als het bezit van verboden substanties.
De sanctie van 21 dagen ATV beschouwt de beroepscommissie als wettelijk, redelijk en billijk.
Het beroep is ongegrond.