ORDEMAATREGEL – ONTSLAG – VOORLOPIGE MAATREGEL – MOTIVERING
De beroepscommissie verklaart dit beroep ontvankelijk, maar ongegrond. De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie van Beveren.
De directeur is bevoegd voor de toewijzing van het werk. Voor een vertrouwensfunctie geldt onder meer dat er een bepaald vertrouwen en wederzijds respect moet zijn tussen de gedetineerde enerzijds en het personeel en de directie anderzijds. Het niet-opvolgen van bevelen kan deze vertrouwensrelatie ondermijnen, waardoor het onmogelijk wordt voor de gedetineerde om aan te blijven in de vertrouwensfunctie.
In dit dossier vermeldt het RAD dat klager weigerde om bevelen op te volgen omdat hij de mening was toegedaan dat hij over onvoldoende beschermingsmateriaal beschikte bij de uitvoering van zijn taak als diender bij een medegedetineerde onder medische isolatie (Covid-19). Daarop verklaarde de directie dat de klager niet langer kon functioneren als sectie-diender, gezien klager zich niet veilig voelde tijdens de uitvoering van zijn taken.
Volgens de beroepscommissie oordeelde de klachtencommissie terecht dat die reden op zich niet afdoende is ter motivering van de ordemaatregel die genomen werd, nl. het ontslag van de klager uit zijn functie. De motivering van de ordemaatregel lijkt eerder bestraffend te zijn. De ordemaatregel staat niet in verhouding met de feiten en is niet redelijk. Zodoende bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie van Beveren. Ze is van oordeel dat het plaatsen van de klager bovenaan de wachtlijst, volstaat als tegemoetkoming.
De beroepscommissie verklaart dit beroep ontvankelijk, maar ongegrond. De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie van Beveren.
De directeur is bevoegd voor de toewijzing van het werk. Voor een vertrouwensfunctie geldt onder meer dat er een bepaald vertrouwen en wederzijds respect moet zijn tussen de gedetineerde enerzijds en het personeel en de directie anderzijds. Het niet-opvolgen van bevelen kan deze vertrouwensrelatie ondermijnen, waardoor het onmogelijk wordt voor de gedetineerde om aan te blijven in de vertrouwensfunctie.
In dit dossier vermeldt het RAD dat klager weigerde om bevelen op te volgen omdat hij de mening was toegedaan dat hij over onvoldoende beschermingsmateriaal beschikte bij de uitvoering van zijn taak als diender bij een medegedetineerde onder medische isolatie (Covid-19). Daarop verklaarde de directie dat de klager niet langer kon functioneren als sectie-diender, gezien klager zich niet veilig voelde tijdens de uitvoering van zijn taken.
Volgens de beroepscommissie oordeelde de klachtencommissie terecht dat die reden op zich niet afdoende is ter motivering van de ordemaatregel die genomen werd, nl. het ontslag van de klager uit zijn functie. De motivering van de ordemaatregel lijkt eerder bestraffend te zijn. De ordemaatregel staat niet in verhouding met de feiten en is niet redelijk. Zodoende bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie van Beveren. Ze is van oordeel dat het plaatsen van de klager bovenaan de wachtlijst, volstaat als tegemoetkoming.