VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TUCHT- GEINTERNEERDE - BIJSTAND ADVOCAAT
Uit de vaststellingen blijkt dat de directeur de voorliggende voorlopige maatregel niet zelf kon hebben bevolen, terwijl hij deze ogenschijnlijk wel zelf op 5 mei 2022 had ondertekend. Aangezien een VM overeenkomstig artikel 145 van de Basiswet te allen tijde door de directeur zelf dient te worden genomen, kon de klachtencommissie deze terecht vernietigen.
De instructies van DG EPI zaaien hieromtrent evenwel verwarring, aangezien daarin wordt gesuggereerd dat personeelsleden zelf een VM in de zin van artikel 145 basiswet kunnen opleggen. De Basiswet voorziet echter enkel dat een personeelslid een voorlopige BVM kan opleggen op grond van artikel 110 §3.
Het inrichtingshoofd heeft de voorgeschreven procedure niet gevolgd, aangezien artikel 111 Basiswet voorschrijft om in de gegeven omstandigheden (feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties) voorrang te geven aan de tuchtprocedure met de bijhorende waarborgen. Als geïnterneerde had klager hoe dan ook kunnen rekenen op de bijstand van een raadsman tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting (167§4 van de Basiswet).
Uit de vaststellingen blijkt dat de directeur de voorliggende voorlopige maatregel niet zelf kon hebben bevolen, terwijl hij deze ogenschijnlijk wel zelf op 5 mei 2022 had ondertekend. Aangezien een VM overeenkomstig artikel 145 van de Basiswet te allen tijde door de directeur zelf dient te worden genomen, kon de klachtencommissie deze terecht vernietigen.
De instructies van DG EPI zaaien hieromtrent evenwel verwarring, aangezien daarin wordt gesuggereerd dat personeelsleden zelf een VM in de zin van artikel 145 basiswet kunnen opleggen. De Basiswet voorziet echter enkel dat een personeelslid een voorlopige BVM kan opleggen op grond van artikel 110 §3.
Het inrichtingshoofd heeft de voorgeschreven procedure niet gevolgd, aangezien artikel 111 Basiswet voorschrijft om in de gegeven omstandigheden (feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties) voorrang te geven aan de tuchtprocedure met de bijhorende waarborgen. Als geïnterneerde had klager hoe dan ook kunnen rekenen op de bijstand van een raadsman tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting (167§4 van de Basiswet).