Ga verder naar de inhoud

BC/22-0293

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENINGSVATBAARHEID - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES

In dit dossier verklaart de beroepscommissie het beroep, ingesteld door de klager, gegrond. Zo vernietigt ze de beslissing van de klachtencommissie. Ook de tuchtbeslissing waartegen klacht werd ingediend wordt zo vernietigd.

De tuchtbeslissing kwam er naar aanleiding van een serie RAD's. De eerste hiervan betrof meteen een merkwaardig geval. De klager sprak zelf een PBA aan met het verzoek om zijn eigen cel eens te controleren, omdat er verboden substanties aanwezig zouden zijn. Dit was inderdaad het geval, waarop tegen de klager een voorlopige maatregel tot verplicht verblijf in een toegewezen verblijfsruimte werd uitgesproken. Daarna volgden nog een aantal RAD's die melding maakten van uitzinnig en uiterst bizar gedrag van de klager. Na een tuchthoorzitting werd een tuchtbeslissing tot ATV genomen. Later werd er nog, parallel met de tuchtbeslissing, een BVM ingesteld door de directie.

Volgens de beroepscommissie beschikte de directeur over voldoende gegevens om vast te stellen dat de tuchtrechtelijke inbreuk niet kon worden toegerekend aan de klager, gelet op zijn psychische toestand. Ze is van oordeel dat de directeur had moeten overschakelen naar een BVM, in plaats van deze laatste parallel met de tuchtbeslissing in te stellen. Samen met de psychische toestand van klager, alsook met het cumulverbod van een tuchtbeslissing en een BVM, is dit volgens de beroepscommissie voldoende reden om de tuchtbeslissing nietig te verklaren. Om deze redenen vernietigt ze aldus de beslissing van de klachtencommissie. Het beroep is gegrond.