Ga verder naar de inhoud

BC/23-0008

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN EN SUBSTANTIES - MEDEPLICHTIGHEID

In dit dossier bevestigt de beroepscommissie een uitspraak van de klachtencommissie. Het beroep, dat werd ingediend door het inrichtingshoofd, werd door de beroepscommissie ongegrond bevonden.

In dit dossier werden er in een duocel meerdere verboden voorwerpen aangetroffen, waaronder telecommunicatiemiddelen en verboden substanties. De celgenoot van de klager heeft bekend dat die spullen aan hem toebehoren. Echter werd ook de tuchtbeslissing in hoofde van de klager gemotiveerd op basis van het bezit van deze verboden spullen. Omdat de spullen niet of slecht verstopt werden, werd de klager immers vermoed op de hoogte te zijn geweest van dit bezit.

In de motivering van de tuchtbeslissing van de klager werd er niet getwijfeld aan de waarachtigheid van de schuldbekentenis van de celgenoot van de klager. De directie lijkt de tuchtbeslissing in hoofde van de klager dus uitsluitend te baseren op het feit dat de klager op de hoogte was van de situatie van zijn celgenoot. De vraag voor de klachtencommissie was bijgevolg of dit "op de hoogte zijn" gelijkgesteld kan worden met "deelname" aan de inbreuk.

Op dezelfde lijn als de klachtencommissie, oordeelt ook de beroepscommissie dat zulks niet het geval is. Er is volgens haar internationale consensus over het feit dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn, aangezien dat zou leiden tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling. Om die reden bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie. De tuchtsanctie blijft aldus vernietigd.