BC/23-0023
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
ONTVANKELIJKHEID
De klacht is gericht tegen de wijze waarop werd nagegaan of de klager een boostervaccin tegen corona wenste. Het bewakingspersoneel zou op de afdeling zijn rondgegaan op een ogenblik waarop de klager les volgde en niet op de afdeling aanwezig was. Het verweer van het inrichtingshoofd dat de werking van het bewakingskader niet valt onder de bevoegdheid van de klachtencommissiehandelen, kan niet slagen voor zover het bewakingspersoneel onzorgvuldig zou hebben gehandeld door op geen enkele wijze rekening te houden met de gerechtvaardigde afwezigheid van klager op het ogenblik waarop de wensen van de gedetineerden werden genoteerd. Het handelen of nalaten van personeelsleden van de inrichting in het kader van de uitoefening van hun taak kan, tenzij wanneer het gaat over louter feitelijk handelen, in beginsel worden gezien als de uitvoering van een beslissing van of namens de directeur waartegen beklag kan worden gedaan. De klager verduidelijkt evenwel niet welke beslissing het personeel in haar plaats zou hebben genomen, noch of zijzelf na de les of daags nadien niet het nodige deed om haar wens alsnog mee te delen terwijl het aannemelijk is dat daarmee nog rekening kon worden gehouden. Bij gebrek aan nauwkeurige omschrijving van de klacht is de klacht dan ook niet ontvankelijk.
(Opmerking; anders dan de beslissing vermeldt, was het beroep gericht tegen KC10/23-0013.)
De klacht is gericht tegen de wijze waarop werd nagegaan of de klager een boostervaccin tegen corona wenste. Het bewakingspersoneel zou op de afdeling zijn rondgegaan op een ogenblik waarop de klager les volgde en niet op de afdeling aanwezig was. Het verweer van het inrichtingshoofd dat de werking van het bewakingskader niet valt onder de bevoegdheid van de klachtencommissiehandelen, kan niet slagen voor zover het bewakingspersoneel onzorgvuldig zou hebben gehandeld door op geen enkele wijze rekening te houden met de gerechtvaardigde afwezigheid van klager op het ogenblik waarop de wensen van de gedetineerden werden genoteerd. Het handelen of nalaten van personeelsleden van de inrichting in het kader van de uitoefening van hun taak kan, tenzij wanneer het gaat over louter feitelijk handelen, in beginsel worden gezien als de uitvoering van een beslissing van of namens de directeur waartegen beklag kan worden gedaan. De klager verduidelijkt evenwel niet welke beslissing het personeel in haar plaats zou hebben genomen, noch of zijzelf na de les of daags nadien niet het nodige deed om haar wens alsnog mee te delen terwijl het aannemelijk is dat daarmee nog rekening kon worden gehouden. Bij gebrek aan nauwkeurige omschrijving van de klacht is de klacht dan ook niet ontvankelijk.
(Opmerking; anders dan de beslissing vermeldt, was het beroep gericht tegen KC10/23-0013.)