TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - MEERPERSOONSCEL
Hoewel de beroepscommissie recent oordeelde dat het louter op de hoogte zijn en aldus het niet-melden of ‘verklikken’ van een tuchtinbreuk, begaan door een celgenoot die een onbetwistbare bekentenis aflegt, bezwaarlijk kan worden begrepen als deelname aan deze tuchtinbreuk, staat de individuele verantwoordelijkheid van klager volgens de beroepscommissie thans vast op grond van de plaats waar de verboden substantie blijkens het RAD werd aangetroffen.
In die zin oordeelde de beroepscommissie in het verleden reeds meermaals dat een gedetineerde inderdaad medeverantwoordelijk kan worden geacht, wanneer de verboden voorwerpen of worden aangetroffen op een voor de hand liggende plaats in de cel (in een gemeenschappelijke kast, resp. “niet echt verstopt” tussen koelkast en besteklade).
Los van de vraag of van een gedetineerde al dan niet verwacht kan worden om celgenoten te verklikken, verklaarde de klachtencommissie de klacht bijgevolg terecht ongegrond op grond van de vaststelling dat klager op de hoogte moest zijn dat er iets verstopt zat in zijn haarborstel, die immers bijna dagelijks wordt gebruikt.
Hoewel de beroepscommissie recent oordeelde dat het louter op de hoogte zijn en aldus het niet-melden of ‘verklikken’ van een tuchtinbreuk, begaan door een celgenoot die een onbetwistbare bekentenis aflegt, bezwaarlijk kan worden begrepen als deelname aan deze tuchtinbreuk, staat de individuele verantwoordelijkheid van klager volgens de beroepscommissie thans vast op grond van de plaats waar de verboden substantie blijkens het RAD werd aangetroffen.
In die zin oordeelde de beroepscommissie in het verleden reeds meermaals dat een gedetineerde inderdaad medeverantwoordelijk kan worden geacht, wanneer de verboden voorwerpen of worden aangetroffen op een voor de hand liggende plaats in de cel (in een gemeenschappelijke kast, resp. “niet echt verstopt” tussen koelkast en besteklade).
Los van de vraag of van een gedetineerde al dan niet verwacht kan worden om celgenoten te verklikken, verklaarde de klachtencommissie de klacht bijgevolg terecht ongegrond op grond van de vaststelling dat klager op de hoogte moest zijn dat er iets verstopt zat in zijn haarborstel, die immers bijna dagelijks wordt gebruikt.