ORDEMAATREGEL - ARBEID
De beroepscommissie beoordeelde dat de ordemaatregel tot afzetting van werk rechtmatig is genomen. Een ordemaatregel is niet gebonden aan bepaalde procedurele voorwaarden. Hierdoor leidt het ontbreken van een gesprek niet tot de nietigheid van de beslissing.
De directie beschikt over een discretionaire bevoegdheid bij het toewijzen van arbeid aan gedetineerden en kan vrij oordelen over hun geschiktheid voor bepaalde werkplekken of functies. De tuchtbeslissing toonde aan dat de rapporten over klager geen op zichzelf staande incidenten betroffen, maar een patroon van werkweigering. Klager was bewust van de gevolgen van zijn gedrag en de mogelijke opstelling van een RAD (rapport van afkeuring) voor werkweigering.
De organisatie en planning van het werk binnen de gevangenis werden bemoeilijkt door de onzekerheid over klagers beschikbaarheid om te werken. Hoewel klager alleen in bepaalde ateliers wilde werken, stelde de directie terecht dat het werk waarvoor hij was aangenomen niet aan een specifiek atelier gebonden was. Hierdoor kon de directie klager ook in andere ateliers inzetten bij een tekort aan personeel.
De directie besloot tot ontslag omdat klager niet meer voldeed aan de vereisten voor het werk na meerdere werkweigeringen. De beslissing was gemotiveerd met verwijzingen naar diverse incidenten sinds november 2022, wat duidelijk maakte dat de situatie onhoudbaar was voor de werkorganisatie. Tevens bevestigde deze motivering overleg met klager over de incidenten, waardoor hij kansen kreeg om zijn houding aan te passen of zich te verdedigen.
De beroepscommissie is van oordeel dat er geen sprake is van een verdoken tuchtmaatregel.
Het beroep is ontvankelijk, maar ongegrond. De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie.
De beroepscommissie beoordeelde dat de ordemaatregel tot afzetting van werk rechtmatig is genomen. Een ordemaatregel is niet gebonden aan bepaalde procedurele voorwaarden. Hierdoor leidt het ontbreken van een gesprek niet tot de nietigheid van de beslissing.
De directie beschikt over een discretionaire bevoegdheid bij het toewijzen van arbeid aan gedetineerden en kan vrij oordelen over hun geschiktheid voor bepaalde werkplekken of functies. De tuchtbeslissing toonde aan dat de rapporten over klager geen op zichzelf staande incidenten betroffen, maar een patroon van werkweigering. Klager was bewust van de gevolgen van zijn gedrag en de mogelijke opstelling van een RAD (rapport van afkeuring) voor werkweigering.
De organisatie en planning van het werk binnen de gevangenis werden bemoeilijkt door de onzekerheid over klagers beschikbaarheid om te werken. Hoewel klager alleen in bepaalde ateliers wilde werken, stelde de directie terecht dat het werk waarvoor hij was aangenomen niet aan een specifiek atelier gebonden was. Hierdoor kon de directie klager ook in andere ateliers inzetten bij een tekort aan personeel.
De directie besloot tot ontslag omdat klager niet meer voldeed aan de vereisten voor het werk na meerdere werkweigeringen. De beslissing was gemotiveerd met verwijzingen naar diverse incidenten sinds november 2022, wat duidelijk maakte dat de situatie onhoudbaar was voor de werkorganisatie. Tevens bevestigde deze motivering overleg met klager over de incidenten, waardoor hij kansen kreeg om zijn houding aan te passen of zich te verdedigen.
De beroepscommissie is van oordeel dat er geen sprake is van een verdoken tuchtmaatregel.
Het beroep is ontvankelijk, maar ongegrond. De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie.