Ga verder naar de inhoud

BC/23-0342

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT - MATIGING

De klachtencommissie kon in voorliggend dossier echter terecht vaststellen dat de directie ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het blanco strafregister van klager.

In zoverre het inrichtingshoofd er thans in haar beroepschrift (voetnoot 3) op wenst te wijzen dat het tuchtregister van klager niet blanco is, onder verwijzing naar een inbreuk die evenwel zonder gevolg is gebleven, blaast zij koud en warm tegelijk.

Daaruit blijkt volgens de beroepscommissie eens te meer dat de directie ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het blanco strafregister van klager, aangezien zij erkent te hebben rekening gehouden met een antecedent dat in feite niet op zijn tuchtregister had mogen voorkomen.

Ten overvloede merkt de beroepscommissie bovendien op dat niet uit de motivering van de tuchtsanctie blijkt dat de voorafgaandelijke voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van het aantal dagen ATV overeenkomstig artikel 145 ยง3 basiswet.

Gelet op het bovenstaande is de beroepscommissie van oordeel dat de klachtencommissie de tuchtsanctie terecht kon matigen.

Door evenwel bij wijze van matiging de tuchtsanctie -aldus retroactief- deels voorwaardelijk te maken, doet de klachtencommissie afbreuk aan de rechtszekerheid voor klager.
Immers onderging deze reeds de gehele tuchtsanctie en riskeert deze door een dergelijke matiging het voorwaardelijke gedeelte alsnog, aldus voor een tweede maal, te moeten uitzitten bij een eventuele niet-naleven van de voorwaarden (die overigens niet werden bepaald door de klachtencommissie).

Bijgevolg stelt de beroepscommissie haar oordeel in de plaats en matigt de tuchtsanctie effectief voor de helft, onder dezelfde compensatie.