Ga verder naar de inhoud

BC/24-0074

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES

Een gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.

Het RAD is zeer duidelijk over de vaststelling dat er een verdachte substantie gevonden werd op de grond na de fouille op de kledij van klager. Anderzijds bevestigt de beroepscommissie de visie van de directie, met name dat het ongeloofwaardig is dat de verboden substanties toebehoorden aan een vorige celgenoot, gelet op de zichtbare vindplaats van de middelen en de mogelijkheid van de klager om hier tijdig aangifte van te doen. Volgens de wet kon ze een sanctie opleggen van 30 dagen ATV. Gelet op de grote hoeveelheid die teruggevonden werd, acht de beroepscommissie het redelijk dat de maximumstraf werd opgelegd.

De beroepscommissie bevestigt de beslissing van de klachtencommissie. Het beroep is ongegrond.