Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0019

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Na een uitgaansvergunning werd in het kledijhokje waarin klager zich diende om te kleden een pakket met verboden substanties gevonden. De directie achtte de ontkenning van klager dat het pakket niet van hem was niet geloofwaardig. Gelet op enerzijds de vindplaats en de grootte van het pakket en anderzijds op de controles door beambten van de kledijhokjes voor en na ieder gebruik ervan, is dit volgens de klachtencommissie begrijpelijk. De directie kon op basis van deze elementen inderdaad met voldoende zekerheid ervan uitgaan dat de verboden substantie werd binnengebracht door klager. Het valt dan ook binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie dat zij klager schuldig heeft geacht aan de hem ten laste gelegde feiten en hem hiervoor heeft gesanctioneerd met een sanctie van dertig dagen ATV. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.