Ga verder naar de inhoud

BC/24-0178

Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
IBVR - RECHTEN VAN VERDEDIGING - BIJSTAND RAADSMAN

Er kan bezwaarlijk worden aangenomen dat er sprake was van een ondubbelzinnige en onmiskenbare afstand van zijn fundamenteel bijstandsrecht tijdens deze procedure.

Beroepsindiener heeft met andere woorden tijdens de IBVR- procedure buiten zijn toedoen om onverwacht geen bijstand gekregen van zijn raadsman, terwijl hij hier uitdrukkelijk om had verzocht.

Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat de initieel opgegeven raadsman niet hebben gereageerd en dat klager ook andere advocaten heeft opgegeven.

Hij verbleef bovendien reeds in de beveiligde cel bij wijze van bijzondere veiligheidsmaatregel, zodat het overeenkomstig artikel 113 §2, 6° van de basiswet aan de directeur is om er zorg voor te dragen dat de gedetineerde “een beroep kan doen op een advocaat”.

De beroepscommissie wijst er in het bijzonder op dat er alleszins nog tijd was om een uitstel toe te kennen met een raadsman, aangezien er tussen de hoorzitting op 17 mei en de uiteindelijke beslissing op 23 mei nog maar liefst vier werkdagen liggen.