Ga verder naar de inhoud

BC/24-0231

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
STAKING - WANDELING - BEZOEK

De klacht tegen het uitblijven van de wandeling op de eerste dag van de staking is niet ontvankelijk, in ieder geval niet gegrond. Het inrichtingshoofd vermeldt terecht dat voor die stakingsdag personeel werd opgevorderd. Ondanks die opvordering werd toch de minimale personeelsbezetting niet behaald om de wandeling op een veilige manier te laten plaatsvinden. Het inrichtingshoofd nam het initiatief om met toepassing van artikel 16, ยง 2, van de wet van 23 maart 2019 personeel door de provinciegouverneur te laten opvorderen met het oog op een voldoende personeelsbezetting om de minimale dienst te waarborgen. Rekening houdend met de specifieke context van een langdurige staking die pas daags voordien om 22 uur van start was gegaan, kan het feit dat ondanks deze opvordering de wandeling toch niet kon worden georganiseerd, niet aan de directie worden toegerekend.

De beslissing van het inrichtingshoofd om tijdens de staking enkel bezoek aan tafel te organiseren, is weliswaar een beslissing die voor alle gedetineerden van toepassing was. Dit brengt evenwel niet als zodanig de niet-ontvankelijkheid van de klacht mee. De klager richt zijn klacht immers niet louter tegen een collectieve beslissing, maar wel tegen het verzuim van de directie om zijn videobezoek doorgang te laten vinden. De omstandigheid dat de klager in de maand april helemaal geen bezoek kon krijgen, is niet louter het gevolg van een collectieve beslissing, maar ook van het verzuim van de directie om aan de klager een bezoekmogelijkheid door middel van videobezoek te geven. Bij de toewijzing van de mogelijkheid van videobezoek aan de gedetineerden, had de directie rekening moeten houden met de beperkte mogelijkheid voor de klager om bezoek te krijgen. In geen geval geeft het inrichtingshoofd een reden waarom de videobezoekmomenten waarop de klager klaarblijkelijk wel al kon rekenen, geen doorgang konden vinden en videobezoekmomenten voor andere gedetineerden wel. De directie deed niet het nodige om de videobezoekmomenten voor de klager in de mate van het mogelijke te vrijwaren. Rekening houdend met de toelichting van het inrichtingshoofd, had de directie aan de klager in de betrokken maand in elk geval twee videobezoekmomenten moeten aanbieden. De klacht is gegrond.