OVERPLAATSING - ONTVANKELIJKHEID - RECHTSZEKERHEIDSBEGINSEL
Hoewel er sprake is van een “bijzondere gang van zaken”, waarbij beroepsindiener door een voorlopige beslissing tijdelijk in een andere gevangenis terechtkomt en die niet verkieslijk is in het licht van de rechtszekerheid (cf. punt 4.3), kan de beroepscommissie er niet omheen dat beroepsindiener nagelaten heeft om een bezwaar in te dienen tegen de uiteindelijke beslissing van de DDB, waarin wel degelijk naar de bezwaarmogelijkheid werd verwezen.
De beslissing van 17 september 2024 van de DDB tot overplaatsing naar Andenne werd hem immers daags nadien betekend, zodat hij binnen de zeven dagen en aldus ten laatste op 25 september 2024 bezwaar had moeten indienen bij de directeur-generaal tegen deze definitieve beslissing.
Door de nieuwe beslissing, werd de voorlopige beslissing impliciet ingetrokken, zodat de directeur-generaal het bezwaar tegen de overplaatsing naar Nieuw-Dendermonde zonder voorwerp kon verklaren.
Aangezien zij op 28 september 2024 nog steeds niet gevat was door een bezwaar tegen de nieuwe beslissing, kon de directeur-generaal eveneens in dezelfde beslissing oordelen dat Andenne kon behouden worden.
De definitieve beslissing van de DDB tot overplaatsing naar Andenne, blijft immers in het rechtsverkeer bestaan bij gebreke van bezwaar door beroepsindiener.
In zoverre beroepsindiener thans in het beroepschrift voor het eerst argumenten aanvoert tegen een overplaatsing naar Andenne, dient de beroepscommissie het beroep aldus onontvankelijk te verklaren, bij gebreke van het doorlopen van de bezwaarschriftprocedure.
In de mate dat de geschetste ‘bijzondere gang van zaken’ beroepsindiener in de war zou hebben gebracht omtrent de te doorlopen procedure (hij was immers nog in afwachting van een beslissing over zijn beroep tegen de tijdelijke overplaatsing naar Nieuw Dendermonde), merkt de beroepscommissie ten overvloede op dat de argumenten die hij thans voor het eerst in beroep aanvoert tegen een verwijdering naar Andenne, niet van die aard zijn om deze ongedaan te maken.
Immers blijkt niet dat zijn bezoek op onredelijke wijze wordt ingeperkt, noch is het onredelijk te verwachten dat beroepsindiener zich thans de Franse taal zal moeten eigen maken. Hij maakte zich eerder ook de Nederlandse taal eigen door een verblijf in een Nederlandstalige gevangenis, nu hij geen van beide landstalen machtig was.
Hoewel er sprake is van een “bijzondere gang van zaken”, waarbij beroepsindiener door een voorlopige beslissing tijdelijk in een andere gevangenis terechtkomt en die niet verkieslijk is in het licht van de rechtszekerheid (cf. punt 4.3), kan de beroepscommissie er niet omheen dat beroepsindiener nagelaten heeft om een bezwaar in te dienen tegen de uiteindelijke beslissing van de DDB, waarin wel degelijk naar de bezwaarmogelijkheid werd verwezen.
De beslissing van 17 september 2024 van de DDB tot overplaatsing naar Andenne werd hem immers daags nadien betekend, zodat hij binnen de zeven dagen en aldus ten laatste op 25 september 2024 bezwaar had moeten indienen bij de directeur-generaal tegen deze definitieve beslissing.
Door de nieuwe beslissing, werd de voorlopige beslissing impliciet ingetrokken, zodat de directeur-generaal het bezwaar tegen de overplaatsing naar Nieuw-Dendermonde zonder voorwerp kon verklaren.
Aangezien zij op 28 september 2024 nog steeds niet gevat was door een bezwaar tegen de nieuwe beslissing, kon de directeur-generaal eveneens in dezelfde beslissing oordelen dat Andenne kon behouden worden.
De definitieve beslissing van de DDB tot overplaatsing naar Andenne, blijft immers in het rechtsverkeer bestaan bij gebreke van bezwaar door beroepsindiener.
In zoverre beroepsindiener thans in het beroepschrift voor het eerst argumenten aanvoert tegen een overplaatsing naar Andenne, dient de beroepscommissie het beroep aldus onontvankelijk te verklaren, bij gebreke van het doorlopen van de bezwaarschriftprocedure.
In de mate dat de geschetste ‘bijzondere gang van zaken’ beroepsindiener in de war zou hebben gebracht omtrent de te doorlopen procedure (hij was immers nog in afwachting van een beslissing over zijn beroep tegen de tijdelijke overplaatsing naar Nieuw Dendermonde), merkt de beroepscommissie ten overvloede op dat de argumenten die hij thans voor het eerst in beroep aanvoert tegen een verwijdering naar Andenne, niet van die aard zijn om deze ongedaan te maken.
Immers blijkt niet dat zijn bezoek op onredelijke wijze wordt ingeperkt, noch is het onredelijk te verwachten dat beroepsindiener zich thans de Franse taal zal moeten eigen maken. Hij maakte zich eerder ook de Nederlandse taal eigen door een verblijf in een Nederlandstalige gevangenis, nu hij geen van beide landstalen machtig was.