Ga verder naar de inhoud

BC/24-0369

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
GEZONDHEID - EIGEN ARTS

Dat het consulteren van een eigen gekozen arts aldus in de PI Leuven Hulp klaarblijkelijk in principe automatisch toegelaten wordt via de inrichtingarts (behoudens een expliciete weigeringsbeslissing van de directie omwille van redenen van orde of veiligheid), betekent niet dat er geen sprake is van een impliciete (positieve) beslissing van de directeur overeenkomstig artikel 96 van het Algemeen Reglement, waarvan zij ook de uitvoering moet verzekeren.

De beroepscommissie stelt vast dat het inrichtingshoofd echter pas na het indienen van de klacht een stand van zaken opvroeg bij de inrichtingsarts.

Het inrichtingshoofd kan aldus geenszins worden gevolgd waar zij in haar beroepschift in essentie aanvoert dat er zich in casu geen situatie voordoet waar de directeur enige beslissing had moeten nemen.

Zelfs indien zou worden aangenomen dat de directie, in het licht van de praktijkregeling in de omzendbrief, niet kan worden verweten verzuimd te hebben een (expliciete) beslissing te hebben genomen, dan vloeit hier niet uit voort dat geen beklag kon worden ingediend met betrekking tot de gebrekkige uitvoering van deze stilzwijgende principiƫle toestemmingsbeslissing.
Hier anders over oordelen zou immers de strekking van artikel 148 van de basiswet uithollen.

Bij gebreke van betwisting van de gegrondheid van de klacht, beperkt de beroepscommissie zich tot het bovenstaande oordeel over de ontvankelijkheid van de klacht.