Ga verder naar de inhoud

BC/24-0380

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - VERDOKEN TUCHT

Anders dan de klachtencommissie, stelt de beroepscommissie evenwel vast dat de bestreden ordemaatregel geen hoofdzakelijk bestraffend oogmerk heeft, maar in feite neerkomt op de intrekking van ‘een gunst’.

De beroepscommissie stelt voorts vast dat de klachtencommissie de klacht zonder hoorzitting (‘kennelijk’) afhandelde en in haar beoordeling niet inging op het verweer van het inrichtingshoofd, aangaande het op wederzijds vertrouwen beruste gunstregime van extra sportactiviteiten buiten de inrichting.

Het feit dat er vervolgens in de ordemaatregel ook sprake is van een vermoeden van betrokkenheid bij bezit en handel in verboden substanties, maakt van de bestreden ordemaatregel nog geen verdoken (tucht)sanctie.