Ga verder naar de inhoud

BC/24-0401

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De basiswet stelt geen bijzonder bewijsstelsel in. De directeur kan het bewijs van het tuchtrechtelijk gesanctioneerd feit niet alleen laten steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Bij gebrek aan een regeling van de bewijswaarde komt het de directie toe binnen de grenzen van de redelijkheid de bewijswaarde te beoordelen van de gegevens uit het tuchtdossier om tot een bepaalde overtuiging te komen. Het rapport voor de directeur dat een penitentiair beambte opstelt wanneer hij een feit vaststelt waarvan hij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, zoals artikel 144 van de basiswet voorschrijft, is een gegeven waarop de directie haar beoordeling van het bestaan en de ernst van de feiten kan steunen. Dit neemt niet weg dat wanneer de feiten worden betwist, het de directie toekomt rekening te houden met het verweer van de gedetineerde om de bewijswaarde van het rapport te beoordelen. Voor de vaststelling van het gebruik en bijgevolg ook het bezit van drugs kan de directeur zich steunen op de waarnemingen van de penitentiair beambten. Ook zonder te beschikken over gegevens die het onweerlegbaar bewijs inhouden van het tuchtfeit, zoals een analyse van de aangetroffen substantie of een drugstest, kan de gevangenisdirecteur zich redelijkerwijze steunen op de vaststellingen van zijn beambten op het vlak van de herkenning van drugs en van druggebruik.
Met de klachtencommissie stelt de beroepscommissie vast dat twee penitentiair bewakingsassistenten op gedetailleerde wijze beschreven dat de klager op een bepaalde plaats op de wandeling van een andere, met name genoemde medegedetineerde “zeer zorgvuldig stukje per stukje, kleine partikels vreemde substantie” kreeg, dat deze partikels in de sigaret van de klager werden gelegd, dat beiden de sigaret rookten, dat de sigaret vervolgens ook aan de omstanders werd doorgegeven en dat de vorm van de sigaret en de overvloedige rook die eruit kwam, abnormaal waren voor een gewone sigaret. De directeur kon op basis van het rapport aan de directeur in redelijkheid het tuchtrechtelijk feit bewezen verklaren.