Ga verder naar de inhoud

BC/24-0460

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HOORPLICHT - VERTROUWELIJKE INFORMATIE

De beroepscommissie in navolging van beroepsindiener vast, dat het eigenlijke voorstel tot plaatsing in IBVR, niet aan beroepsindiener werd overgemaakt met de uitnodiging voor de hoorzitting.

Om zijn hoorrecht nuttig uit te oefenen, dient het ten gepaste tijde aan beroepsindiener overgemaakt te worden, zodat hij zijn verweer op redelijke wijze kan voorbereiden.

Het doet daarnaast de wenkbrauwen fronsen dat in de bestreden beslissing slechts bijkomend (‘bovendien’) naar artikel 8 van de basiswet wordt verwezen, terwijl in het voorstel van de directeur nog sprake was van een vrijgave van de vertrouwelijke informatie.

De beroepscommissie benadrukt dat de uitzonderingsbepaling uit artikel 8 van de basiswet bezwaarlijk op dubbelzinnige wijze kan worden ingeroepen.

Ter gelegenheid van de inzage van het register stelde de beroepscommissie bovendien zelf vast dat er geen sprake is van bijkomende motieven die niet reeds zijn vrijgegeven in de bestreden beslissing, laat staan van motieven op grond waarvan in het bijzonder de gevraagde versoepelingen inzake het tafelbezoek door het zoontje en de verloofde niet konden worden toegestaan.

Tot slot hekelde beroepsindiener ook terecht het feit dat hij niet werd gehoord over het medisch advies.

Artikel 118 §2 van de basiswet schrijft inderdaad op ondubbelzinnige wijze voor dat ‘het voorstel wordt vergezeld van een medisch advies’, zodat uit de samenlezing met §3 volgt dat beroepsindiener ook over het medisch advies had moeten worden gehoord.

In casu vroeg de directeur op 12 december 2024 een medisch advies, dat de gevorderde arts vervolgens evenwel pas op 17 december 2024, na de hoorzitting, afleverde.